Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

pathogenie, en waartoe men, alhoewel zonder voldoenden grond, door hare bloote aanwezigheid meende te mogen besluiten.

Meer besliste bewijzen, zooals het constateeren der virulentie door dierproeven, agglutinatieverschijnselen enz. zijn voor de meeste gevallen en voor de meeste der genoemde micro-organismen nog niet gegeven, of althans zijn de uitkomsten, die verschillende onderzoekers in deze erlangden nog te veel contradictoir.

Slechts voor enkele, klinisch niet voldoend gemarkeerde vormen, n.1. de door Eschericii beschreven streptokokken-enteritis en coli-colitis en de door Moro vermelde staphylokokken-enteritis is min of meer bewijzend aangetoond, dat zij op ectogene infectie met specifieke microben berusten.

Aan elk der drie genoemde momenten, n.1. abnormaal chemisme en mechanisme, pathologisch anatomische afwijkingen van den darmwand en bacterieinvloeden, dient een beteekenende rol in de pathogenie der voedingsstoornissen te worden toegekend. Alleen omtrent de rol der bacteriën zijn de inzichten verschillend. Terwijl Lesage, zooals reeds gezegd, deze factor steeds als primair voor het ontstaan der voedingsstoornissen wil aansprakelijk stellen, zijn anderen van meening, dat de rol der bacteriën veelal eene secundaire is, die zij eerst kunnen doen gelden, zoodra er een gestoord chemisme en mechanisme of wel anatomische afwijkingen in den darmwand zijn opgetreden.

Marfan's meening, volgens welke elk der genoemde factoren onder omstandigheden primair kan zijn, doch dan noodwendig ook de beide andere tengevolge moet hebben, schijnt mij de meest juiste. Zoo stelle men

Sluiten