Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

1860 en is van Widerhofeb (Weener school). Hij onderscheidt

de dyspepsie, de catarrhale processen (entero-catarrh acutus en chronicus), de enteritis follicularis en de cholera infantum. Onder de latere auteurs wordt ook door Baginsky aan het pathol. anat. princiep voor de classificatie vastgehouden, omdat ook hij van meening is, dat aan een bepaald goed gedifferentieerd ziektebeeld overeenkomstige bepaaldelijk te omschrijven pathol. anat. afwijkingen beantwoorden.

De meeste moderne schrijvers zijn echter van een ander gevoelen en wijzen er op, dat bij een zelfde ziektebeeld geheel verschillende pathol. anat. afwijkingen kunnen worden aangetroffen (zoo moet o. a. de follikelzwelling niet aan den aard der ziekte doch aan de individueele reactie tegenover stoornissen in het darmkanaal worden toegeschreven), terwijl bij, in haar wezen geheel verschillende, ziekten (b. v. de cholera infantum en de zware maagdarmcatarrhen) dezelfde pathol. anat. afwijkingen zijn te constateeren. Ook het feit, dat bij vele chronische voedingsstoornisen, waarbij de algemeene toestand zeer belangrijk kan hebben geleden (paedatrofie), veelal te vergeefs naar eenige afwijking van den darm wand kan worden gezocht, maakt dat het klinisch beeld niet steeds wordt gedekt door eene overeenkomstige lokale afwijking.

In 1880 is door de Prager school met Escherich aan het hoofd de pathogenie der voedingsstoornissen opnieuw ter hand genomen, nadat de bacteriologie zich ook op dit gedeelte der wetenschap had doen gelden. Ofschoon reeds Trousseau in 1868 bij zijn nog thans als klassiek geldende beschrijving der cholera infantum en Parrot bij zijne studie der athrepsie van „infectie" gewagen, is toch eerst later door onderzoekingen van Sevestre, Baginsky, Escherich, Marfan, Booker e. a. de aanwezigheid van velerlei microorganismen bij de voedingsstoornissen geconstateerd en wordt haar rol voor het ontstaan dier stoornissen als zeer belangrijk beschouwd. De resultaten dier onderzoekingen zijn als de zoogen. aetiologische grondslag dienstbaar gemaakt als basis voor indeeling en nomenclatuur.

Onder de stelsels, die hiertoe zijn te rekenen noem ik in de eerste plaats dat van Booker, die naargelang bact. coli, proteus of streptococci in het spel zouden zijn, onderscheidt: dedyspeptische diarrhee, do proteus-gastro enteritis en de streptokokkenenteritis, welke z. i. alle drie klinisch goed differentieerbaar zijn; in de tweede plaats de classificatie van Lesage, die alle

Sluiten