Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voedingsstoornissen afhankelijk stelt van infectie, in den regel met b. coli, en welke infectie klinisch te verdeelen zoude zijn in 1° lichte maag-darminfectie, 2°. zware maag-darminfectie met koorts. 38. zware maag-darminfectie met cholera-achtige verschijnselen en 4°. recidiveorende, chronisch verloopende darminfectie.

Deze naar aetiol. grondslag opgestelde indeelingen, hoe aantrekkelijk ook door haar eenvoud, voldoen intussclien niet voor de kliniek. De studie toch der beteekenis van de microben voor do pathogenie der voedingsstoornissen zoowel als de morphologie der darmflora moge in volle bewerking zijn, hare vruchten zijn vooralsnog te onrijp om eene dergelijke indeeling te rechtvaardigen. Ook Hf.noch, de nestor der Duitsche paediatrie is van meening, dat nog steeds de wanverhouding tusschen klinische verschijnselen en anatom. laesien, zoowel als de onzekerheid omtrent de aetiologie, het voorloopig nog onmogelijk maakt naar anat. of aetiol. grondslag goed gemarkeerde classificatie te geven.

Vandaar dat naar mijne meening vooralsnog eene indeeling naar zuiver klinischen grondslag de meeste aanbeveling verdient. Volgens liet tegenwoordig standpunt onzer kennis in deze, stelt alleen de waarneming der klinische verschijnselen ons in staat differentieeldiagnostische kenmerken tusschen de verschillende ziektevormen aan te geven en dus een in de praktijk voorkomend ziektegeval tot een bekend ziektebeeld terug te brengen.

Hierbij doet zich nu het bezwaar voor, dat liet darmkanaal tegenover aetiologisch geheel verschillende pathol. toestanden op min of meer uniforme wijze reageert on zoodoende, in hare pathogenie en aetiologie verschillende ziektevormen, tot een zelfde ziektebeeld worden saamgebracht. Doch evenzeer als het voor andere orgaanziekten o. a. der nieren, allengs is gelukt scheiding te brengen in verschillende vormen, die voorheen gezamenlijk als Morb. Brightii werden aangeduid, mag men ook verwachten, dat op den duur eene schei-

Sluiten