Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet zoo groot als bij den volkomen normalen zuigeling. Vooral bij borstkinderen, doch ook bij kunstmatig gevoeden, kan het gebeuren, dat weken, ja maanden achtereen verschijnselen van den kant der maag of de toestand der faeces wijzen op het bestaan eener voedingsstoornis, terwijl toch de zuigeling zich regelmatig ontwikkelt en ook op andere wijze de algemeene toestand niet merkbaar lijdt. Bij deze chronische clyspeptische ziekte is de toestand der faeces gedurende het gansche ziekteverloop gewoonlijk niet dezelfde, zoodat in eenzelfde geval nu eens meer het beeld der dyspepsie, dan weer meer het karakter van catarrh aanwezig is. Toch zijn er gevallen, die meer duurzaam het dyspeptische, andere die meer duurzaam het catarrhale beeld (zie blz. 58) aanbieden en zoodoende laten zich de typen 2°. chronische dyspepsie en 3n. chronische catarrh afzonderen.

De chronische catarrh kan al of niet duurzaam onder het beeld van dundarm- of wel als dikdarmcatarrh verloopen (zie blz. 62).

Een ander type van chron. voedingsstoornis wordt gevormd door de zoogenaamde vetdiarrhee.

Deze door Demme en Biedekt in 1877 het eerst beschreven voedingsstoornis, zoude ook volgens die onderzoekers zeer zeldzaam zijn: Demme kon onder een 80ü0tal zieken slechts 20 maal de ziekte constateeren; Widekhofer met zijn enorm groot ziekenmateriaal vond niet één duidelyk geval.

Het wezen der ziekte zoude daarin bestaan, dat vet, onder welken vorm ook in het voedsel aanwezig, niet kan \corden verteerd en ahoo geheel onverteerd met de faeces den darm verlaat. In overeenstemming daarmede werd bij obductie een lijden van pancreas, lever en duodenaal-slymvlies geconstateerd, welke afwijkingen liet onvermogen om vetten te digereeren en te resorbeeren, volkomen verklaren.

Klinisch zoude do ziekte gekenmerkt zijn, door een buiten-

Sluiten