Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het braaksel bevat dan veel slijm en is ranzig zuur stinkend (cliron. maagcatarrh)) meestal alleen darmverschijnselen, met name diarrhee. De frequentie is bij dundarmcatarrh ongeveer G a 10; bij dikdarmcafarrh 10 a 20 maal. De massa is bij dundarmcatarrh copieus; bij dikdarmcatarrh kleine hoeveelheden, hoofdzakelijk uit dik taai slijm bestaand. Bij dundarmcatarrh scheiden de faeces, in een reageerbuis opgevangen, zich af in een vaste massa, die op den bodem zinkt en een groote kolom daarboven staand serum. Bij dundarmcatarrh pleegt de buik te zijn opgezet; bij dikdarmcatarrh is hij ingevallen.

Bij chronische enteritis is de algemeene voedingstoestand ongunstig; het lichaamsgewicht belangrijk beneden het normale; atrofie van onderh. vetweefsel en spieren. Maag-darmverschijnselen kunnen geheel op den achtergrond treden; hun aard is als die bij dyspepsie of catarrh.

Voor de differentieel-diagnose zijn nog van belang:

Malaria. Het op den voorgrond tredend verschijnsel, waaronder de malaria bij den zuigeling veelal verloopt, is een hardnekkige diarrhee, welke weken achtereen kan blijven voortbestaan (malaria-diarrhee) en gewoonlijk niet is vergezeld van de voor malaria karakteristieke temperatuur curve.

Cachexie en miltzwelling zijn echter gewoonlijk aanwezig. Deze beide verschijnselen komen echter ook bij vele primaire cliron. voedingsstoornissen voor, zoodat hunne beteekenis voor de differentieel-diagnose niet zeer belangrijk is. Toch zal een zeer groote en vaste milt voor malaria en een matig groote en niet

7

Sluiten