Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Karnemelk (V. Z. blz. 71) geef ik gaarne bij groene dyspeptische faeces en daar naar de ontlasting meer serum dan faeces bevat.

Bij de met obstipatie verloopende chron. voedingsstoornis geef ik gaarne gepasteuriseerde koemelk.

Erlangt men met koemelk of karnemelk geen succes, dan is bijvoeding met bussenmelk, melk verdund met plantenafkooksel of met kalfsbouillon, IN'estle's kindermeel en verder alle hierna bij de dietische behandeling der kunstmatig gevoeden nog te noemen preparaten, te beproeven.

Herhaaldelijk kan men waarnemen, dat, zoodra bijvoeding wordt toepast, de zogsecretie allengs vermindert, om alras voor hoogstens '2 maaltijden per etmaal te kunnen dienen.

Laten de uitwendige omstandigheden het toe dan is het daarom het best tot wisseling der zoogster van begin af te besluiten. Kan dit echter niet geschieden, dan zal volgens de gegeven voorschriften (zie V. Z.) tot algeheele kunstmatige voeding moeten worden overgegaan.

In gevallen waar men congenitale digestiezwakte voor het lijden kan aansprakelijk stellen heeft het uit den aard der zaak geen zin om wijziging te brengen in het dieet.

Heeft de zoogster hier voldoende zog en zijn er geene afwijkingen in het zog te constateeren dan kan men meerdere weken afwachten alvorens tot wisseling van voedsel te besluiten.

b. de dietetische therapie bij kunstmatigen gevoeden. Hier dient in de eerste plaats de aandacht gevestigd op de aetiol. momenten (bl. 10,

Sluiten