Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

18 en 19) en deze, zoo mogelijk door eene causale behandeling, bestreden. Veelal is het intusschen zeer moeielijk het aetiol. moment aan te wijzen.

In zeer vele gevallen is overvoeding in het spel, en kan men alsdan door de pauzen te verlengen, het quantum voedsel per maaltijd te verminderen of wel het voedsel meer verdund toe te dienen de chron. voedingsstoornis zien wijken.

In andere, zeer veelvoudig voorkomende, gevallen gebeuit het, dat men, na de mogelijke aetiol. momenten de revue te hebben laten passeeren, alleen de keuze van het tot dusver toegepast voedingsmiddel zal kunnen beschuldigen en als niet-passend voedsel (blz. 11) voor de stoornis aansprakelijk stellen. Alsdan is alleen verbetering te verkrijgen door voedselwijziging.

Ook hier ga men evenals bij de natuurt, gevoeden daartoe niet te snel over, vooral niet bij chron. dyspepsie als de alge mee n e toestand gunstig,

de zuigeling niet te lastig is en het gewicht

voldoende toeneemt.

Blijft echter het lichaamsgewicht gedurende langeren tijd onvoldoende toenemen, en de zuigeling duurzaam lastig, ti eden ei complicatien in, waarvoor het voedingspiepaiaat kan worden verantwoordelijk gesteld, dan is er aanleiding tot voedselwijziging.

Het nieuw gekozen preparaat mag echter nooit zonder controle worden gegeven, omdat van te voren nooit met zekerheid is te zeggen, dat het zal voldoen.

Op w elk preparaat de keuze zal worden bepaald, is uit de klinische verschijnselen niet steeds te bepalen.

Toch komt het mij voor, dat in bepaalde gevallen de bedoelde verschijnselen wel eenigszins eene aanduiding kunnen geven.

Sluiten