Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vond Den Hertog gelegenheid oin zijn denkbeelden over taalonderwijs te brengen tot de onderwijzers.

In den tuin der methodiek voor de lagere school heeft men last van te veel hoveniers; ieder plant en snoeit er naar hartelust en velen houden er nog een eigen proefveldje op na, waar ze op eigen risico allerlei wonderlijke gewassen kweeken. Zoo ook zijn er in den taalhoek allerlei proefnemingen gedaan, geheel of ten halve geslaagd, maar vaak ook jammerlijk mislukt. Opmerkelijk mag het dus lieeten, dat niemand het gewaagd heeft, naast den boom van Den Hertog's handleiding zijn eigen stekje te planten, om te zien, of het misschien zou willen gedijen. Den Hertog's boek is nog altijd het eenige, dat men met vrucht kan raadplegen en dat niet alleen aan alle onderwijzers ter bestudeering moet worden aanbevolen, maar ook schrijvers over andere onderdeelen van de methodiek kan leeren, hoe men onderwerpen, die uit zichzelf niet zoo bijzonder aantrekkelijk mogen worden geacht, op onderhoudende en toch zaakrijke wijze kan behandelen.

Bij dezen arbeid voor het lager en uitgebreid lager onderwijs sluiten zich zijn latere werken aan.

In 1897 en 1900 verschenen achtereenvolgens de beide deelen van Voortgezet Taalonderwijs, leiddraad voor de eerste drie leerjaren van de Middelbare scholen, Kweek- en Normaalscholen en Gymnasia, nadat hij in 1895 reeds had in het licht gegeven De, Ncderlandsche Taal, praktische spraakkunst, in 2 dl., van het hedendaagsch Nederlandsch, bestemd voor gevorderde leerlingen van 15—18 jaar. En wederom voegde hij hieraan toe een „handleiding, ten dienste van aanstaande taalonderwijzers", zijn bekende Ncderlandsche spraakkunst, waarvan de eerste twee stukken, de leer van den enkelvou-

Sluiten