Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nummer van 20 Aug. '93 komt hij in een artikel Wetenschap of Kunst? op tegen een afkeurend oordeel van Max Rooses over Dr. Ten Brink's novelle: De Tl reder o's.

Reeds in 1891 was liij in den „Bond van Nederlandsche Onderwijzers" opgetreden met een verhandeling over Noodlottig determinisme, naar aanleiding van Couperus' Eline Vere en Noodlot. ])

Uit deze letterkundige beschouwingen blijkt, dat Den Hertog, schoon hij een wetgevende aesthetiek evenzeer uit den tijd achtte als een wetgevende grammatica, veel te critisch was aangelegd, om met elke jongere beweging mede te gaan. Hij had eigen zolen onder zijn schoenen en stond dikwijls zoo vast op zijn stuk, dat sommigen, die hij met zijn scherp vernuft in puntige volzinnen te lijf ging, wel eens klaagden over zijn koppig verzet en hem, die zoo dikwijls om zijn radicale neigingen gelaakt werd, beschuldigden van star conservatisme. Bekend is het, dat hij zich in „Het Schoolblad-' verzette tegen de Voorstellen tot vereenvoudiging van onze spelling en verbuiging2), en ook zal er straks gelegenheid zijn op te merken, hoe hij op liet gebied der methodiek van het lager onderwijs zich kantte tegen sommige ideeën, die hij als schadelijke nieuwigheden meedoogenloos bestreed.

Van scherpe opmerkingsgave en groote belezenheid getuigen ook zijn tooneel versla gen in „De Amsterdammer, dagblad voor Nederland", waarin hij van 19 Jan. 1893 tot 23 Dec. van hetzelfde jaar over een vijftigtal tooneelstukken en opvoeringen zijn oordeel gaf. Het was in de dagen, dat

1) In brochure-vorm verschenen bij W. Yersluys, 1891.

2) Deze artikelen zijn eve neens in brochure-voi m uitgegeven (P.Noordhofl', 1893) onder den titel „Waaiom onaannemelijk".

Sluiten