Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een belangrijke rol spelen in het Nederlandscli OnderwijzersGenootschap, waaraan hij als Secretaris van het Hoofdbestuur langen tijd een groot deel van zijn werkkracht schonk. Wel ondervond hij, de aangewezen leider der jongeren, bij het bepleiten van zijn moderne denkbeelden veel tegenkanting van hen, die meenden, dat deze voerman met het karretje van het openbaar onderwijs wat al te hard van stal reed. Hoe warm hij ook gevoelde voor de openbare school, hij tuurde zich niet blind op haar belangen alleen : boven alles stelde hij goed onderwijs voor de geheele natie; en toen men de erkenning van het goed recht der kerkelijke partijen, om een school te vragen naar eigen model, in liberale kringen en vooral onder ons, openbare onderwijzers, nog vrij algemeen beschouwde als verraad, aan de goede zaak gepleegd, schroomde hij niet, het misnoegen van velen zijner ambtgenooten op te wekken door wakker te pleiten voor subsidieering van de bijzondere school.

Versluys was in een van de oudste jaargangen van „Het Schoolblad" reeds voorgegaan met artikelen over het „restitutie-stelsel", toen nog door anti-revolutionnairen en katholieken voorgestaan, van welke opstellen met ingenomenheid werd melding gemaakt in „De Standaard" van 30 Oct. 1875. In „Het Handelsblad" van 1, 3 en 5 Dec. 1885 zette Den Hertog zijn denkbeelden uiteen over het „subsidiestelsel", in een drietal artikelen Ter Overweging, waaruit bleek, dat hij hooger onderwijsbelang niet opgeofferd wenschte te zien aan politiek dogma. Merkwaardig is het zeker, dat hij toen reeds voor het genieten van de rijksbijdrage ongeveer dezelfde voorwaarden wenschte gesteld te zien, als we vinden aangegeven in art. 54bis van de in 1S89 gewijzigde onderwijswet. In de N1S. van 22 Dec. 1885, 25 en 26 Febr. 188'! leverde hij vervolgen; in de „Paedagogischc Vereeniging"

Sluiten