Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

denkbeeld van een gewezen lid in den Amsterdamschen gemeenteraad, om alle nieuwe scholen maar naar de Volewijk te bannen. Anderen zijn niet ongeneigd, ter wille van den lieven vrede, de openbare school van tijd tot tijd een beetje slechter te maken. En zelfs de Eerste Kamer, overigens de hope van alle kleinmoedigen, juichte bet toe, dat het eenige vak, hetwelk aan de encyclopedische kennis der onderwijzers wat hooger waarde kan bijzetten, van het examen programma voor de hoofdacte is verwijderd.

Dit alles en meer te zamen genomen, is bet geen wonder, dat er op onderwijsgebied een bedenkelijke stilstand valt waar te nemen. En zoo wordt het verklaarbaar, dat ook vrienden der openbare school aan de mogelijkheid van een compromis gaan denken, niet maar om een lastigen hinderpaal tegen grondwetsherziening op te ruimen, doch om voor de lagere school den weg tot vooruitgang weer open te maken, en ook wie aan de overzijde van goeden wille zijn, tot eene samenwerking te bewegen, welke aan openbare en bijzondere scholen beide ten goede komen kan.

Het moet erkend worden, tot dusver schoot bet met de pogingen daartoe niet bijzonder op en de schroomaanjagende roep: „geen sterveling kent dien steen der wijzen", is al bij herhaling vernomen. Voorts is het waar, dat de zich steeds maskeerende vijand de taak lang niet gemakkelijk maakte. Maar toch les idéés marchent. De verschillende mislukte voorstellen: de school voor de ouders; de bijzondere school regel, de openbare aanvulling, enz. hebben althans de verdienste gehad van de richtingen aan te wijzen, waarin niet behoeft gezocht te worden. En aan de overzijde is men blijkens de mededeelingen van De Tijd toch eindelijk met eene tamelijk duidelijke formuleering van eischen voor den dag gekomen. De tegenpartij bepaalt zich niet langer

Sluiten