Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beter, dat men rondweg veiligheidsmaatregelen tegen liet streven der kerkgenootschappen oorbaar verklaarde, en naar meer afdoende middelen omzag?

Intusschen het Volksblad heeft zich niet tot een beroep op een onomschreven dogma bepaald, maar duidelijk zijne bezwaren uiteengezet. „Door subsidie uit de staatskas", zegt liet, „d. i. dus door openbare middelen, worden de beheerders van confessioneele scholen in staat gesteld, propaganda te maken voor hunne dogmata en geloofstheorieën, waarschijnlijk gedurende alle schooluren, en zeer stellig gedurende de uren, welke niet op het van overheidswege goedgekeurde leerplan voor de verplichte onderwijsvakken zijn aangewezen. Uit de algemeene kas zal er derhalve worden bijgedragen tot dekking der kosten van een onderwijs, hetwelk uitsluitend voor ééne godsdienstige richting bestemd is en dat uiteraard in onzen tijd meer nog dan vroeger, vijandig optreedt tegen andersdenkenden". En verder: „de Staat laat volkomen vrijheid aan de kringen, „die een ethisch doel nastreven", maar de Staat is niet gerechtigd, dat „nastreven" te bevorderen door bijdragen uit de algemeene kas, omdat het in strijd met het karakter van den modernen staat en met de billijkheid tegenover de burgers is, voor dat doel de door allen opgebrachte belastingpenningen beschikbaar te stellen".

Al dadelijk geeft deze voorstelling der zaak aanleiding tot een paar bedenkingen. Is het woord propaganda hier rechtvaardig? Zijn de confessioneele scholen instellingen, om bepaalde godsdienstige meeningen onder andersdenkenden te verspreiden, of inrichtingen, waarheen gelijkgezinden hunne kinderen zenden, omdat zij nu eenmaal van meening zijn. dat het schoolonderwijs en het godsdienstonderricht innig verbonden moeten zijn? Ja, ik weet wel, wat men mij zal

Sluiten