Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gaarne aan hunne geestelijke leidslieden ongehoorzaam willen zijn;

7°. ouders, die stellig overtuigd zijn, dat de scheiding van schoolonderwijs en godsdienstonderricht verderfelijk is.

Ik zou nog meer soorten kunnen onderscheiden, maar het is zoo al wel. De vijf eerste zenden hunne kinderen naar de openbare school; de beide laatste bevolken de confessioneele scholen, en de kinderen der totaal onverschilligen deelen ze samen. Nu wordt het de vraag of de Staat, die voor allen dezelfde zijn moet — zoo vergunne inen mij de scheiding van Kerk en Staat te omschrijven — kan volstaan met de verontschuldiging: „maar lieve vrienden, mijn onderwijs is toch goed, ge zult er wezenlijk niet van bederven. Als ge er niet van gediend zijt, kan ik u waarlijk niets anders aanbieden '! Gij, vrijzinnigen, die zoo spreekt, hebt ge het ook gelaakt, toen dr. Mezger onlangs in gansch tegenovergestelden geest handelde?

Tot zulke redeneeringen moet men anders wel komen, als men, gelijk indertijd dr. Jorissen L) op grond van het schoone beginsel onbesuisd gaat beweren: „Vooreerst moet de Staat alle openbare zaken en alle dingen van algemeen belang ter harte nemen, alles, geheel, maar ook niets meer. \an vereenigingen of instituten kan hij geen kennis nemen, d. i. zich door dezen niet in zijn gang laten storen. De Staat regelt alzoo, zonder zich om eenige kerk te bekreunen, al wat met het onderwijs in verband staat", enz. Maar geheel anders gaat men spreken, als men met het schoone slotwoord van denzelfden schrijver eens is 2): „ Het individu doet, wat de Staat niet kan, gelooft in God en verlangt, dat voor de uitoefening van zijn geloof plaats zij. Staatszaak en alge-

1) Dr. E. J. P. Jorissen. Slaat en Kerk, pag. 116.

2) T. a. p., pag. 118.

Sluiten