Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

instellingen, en de gewone wet is voor haar, gelijk voor alle andere rechtspersonen voldoende". De staat erkent alzoo de kerken niet als goddelijke instituten, of liever hij kan ze niet als zoodanig erkennen, omdat hij liet orgaan er toe mist. Voor hom moeten zij gelijk staan met andere particuliere vereenigingen, en ook tegenover haar doet hij, evenmin als tegenover eenige vereeniging of eenig individu, afstand van zijne souvereiniteit. Dat is de eenige weg, om allen de vrijheid te waarborgen.

Die belijdenis, hier nog met enkele trekken aangevuld, wordt door u beaamd en daarover is dus geen debat meer noodig. Toch wil ik opmerken, dat mijne eerste woorden, aan de quaestie gewijd, niet de verdenking rechtvaardigden, dat ik het met dat beginsel zoo nauw niet nam. De uitval: dan moeten kerk en staat maar niet gescheiden zijn", — ik geef het toe — was wat knorrig, en vooral gericht tegen hen, die blijkbaar het beginsel als vijandschap tusschen staat en kerk opvatten; maar nog blijf ik beweren dat scheiding een ongelukkige term is. Evenals de individuën zijn de kerkgenootschappen en kerkelijk gekleurde vereenigingen in den staat en moet hij er onvermijdelijk mede in betrekking komen. De kerkelijke revolutie hier ter stede b.v. zal vermoedelijk binnenkort er een sprekend bewijs van leveren. „Omnibus idem", de hooghartige zinspreuk van den Muider drost, acht ik daarom eene veel betere formule voor de houding van den staat tegenover de kerkgenootschappen, dan de term scheiding.

De volmaakte gelijkstelling der kerk met iedere andere vereeniging klinkt hard in het oor van gemoedelijke vromen. Vooral indien men het plastisch uitdrukt, door te zeggen: eene kerk staat alzoo gelijk met eene muziekvereeniging of een schaakgezelschap. Die onaangename indruk is echter

Sluiten