Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Subsistenz der Familie; deun der Menseli lebt nicht voni Brode allein".

Hierin is liet misverstand gelegen, dat men te veel het eigenaardige verschil tusschen do sehoolopvoeding en de gezinsopvoeding uit het oog verliest. De school, hoewel zij aan Familie en Kerk haar oorsprong heeft te danken, is hoe langer hoe meer een noodwendig bestanddeel in het leven van een cultuurvolk geworden, en heeft als maatschappelijk instelling hare eigen bestemming en behoeften. Zij treedt niet in de plaats van het gezin, zij staat niet vijandig tegenover het gezin, maar zij staat ook niet uitsluitend in dienst van het gezin, noch in dien der gemeenschap, maar tusschen beide in als een overgangsgebied, of, gelijk Hegel het goed geformuleerd heeft, als „eine Mittelsphare, welche den Menschen aus der Familie in die Welt hinüberführt Als zoodanig is zij deels onderwijsinstelling, deels opvoedingsgesticht, en in beide opzichten een orgaan, waardoor de gemeenschap, haar eigen belang behartigend, de Familie helpend tegemoet treedt. Dat is nu eenmaal noodig geworden door de veelzijdige ontwikkeling van ons gemeenschapsleven. Het is niet meer het ideaal, dat een vader zijn eigen kind onderwijst. Het onderwijzen is hoe langer hoe meer eene kunst geworden, steunende op studie, oefening en ervaring, eene kunst waartoe men zich moet voorbereiden en waartoe eene zekere gave vereischt wordt, die, omdat zij gave is, volstrekt niet bij alle vaders en moeders, hoe voortreffelijk in die qualiteit ook, verwacht mag worden. Zelfs de onderwijzer-vader is geen paedagogiscli ideaal; daar kunnen onderwijzers-kinderen van meepraten; de vader paedagoog, die tegenover de jeugdige domheden zijner gewone leerlingen eene olympische goedhartigheid enlijdzaam-

1) Tuaulon, IIcgds Ansichten iibcr Eiziihung und Unhrricht,

Sluiten