Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Tti 'le school moot vaak verboden worden, wat in het gezin kan worden toegestaan. Meer dan thuis leert het kind in dit zooveel talrijker gezelschap zijne neigingen bedwingen. Hoe vader of moeder hem ook in liefde verwend hebben,

en God zegene hen, als ze niet al te theoretisch-paeda-

gogisch zijn geweest, — hier leert hij zich toch een deel van een geheel voelen, waarvan hij begint te beseffen, dat het niet slechts ter wille van hem alleen bestaat; waarin hij geduld wordt, als hij aan zekere eischen voldoet, en eerst welkom is, als hij er nog wat boven gaat; waar eindelijk wetten bestaan, maar daarnaast ook gelijkheid voor de wet. Daarmede heeft hij eigenlijk zijn loon al weg, want al deze goede gewoonten

die hooger staan dan kennis en wijsheid, — zullen hem

later het groote leven zooveel te liever en lichter maken. Maar daarbij blijft het niet; door het werken van in het gezin ongekende prikkels ontwaakt er een lust tot arbeid en inspanning in hem, die in het warme nestje thuis allicht was blijven sluimeren. Hij ondervindt er zijne eerste kinderrampen, maar smaakt er ook tot dusver ongekende voldoeningen, en waar hij nu en dan in het gedrang raakt, vindt hij ook zijne eerste jonge vrienden. Het is waar, de schoolomgang heeft ook zijne kleine gevaren, maar hier geeft Nicolaas Beets 1) het eenig juiste gezichtspunt aan:

„Een dwaas houdt, als besmettingen regeeren,

Zijn deur en vensters dicht, om ze af te weren, Kn — wanende dat hij zijn kroost behoedt, —

Vergiftigt, door vervuilde lucht, hun 't bloed.

De wijze zorgt voor lucht, geregeld leven,

Goed voedsel, en een onbezwaard gemoed; —

De rest. . . blijft biddende in Gods hand gegeven".

Ja, maar dat goede voedsel, daar komt het op aan, zullen allicht sommigen zeggen, die meenen, dat hier de inhoud van

X) Dichtwerken IV, bl. 12.

Sluiten