Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en toch hoog genoeg zullen staan om de controle van den schoolarbeid waar te nemen.

Intusschen, als het noodig is, moet het gebeuren en kan men de schoolopzieners machtigen, zich de hulp van een schrijver te verzekeren. Maar de groote vraag is: op welk tijdstip of op welke tijdstippen cn door wien moet de vergelijking tusschcn de schoolleggers cn den gemcentcleggcr plaats hebben, om te constateer en, welke ouders van zesjarige kindei en in gebreke zijn gebleven?

Mij dunkt, het ligt meer op den weg van Burgemeester cn Wethouders dan op dien van don Schoolopziener deze vergelijking te maken. Maar wie er ook toe aangewezen worde, de taak is niet te vervullen, ah er geen termijn toe staat, en dit is een tweede bewijs voor de minder gelukkige formuleering van art. 1 van het ontwerp, dat den leerplicht van verjaardag tot verjaardag rekent, benevens van ait. •>, dat eene veelheid van plaatsingstijdstippen aanbeveelt. Lene wet op den leerplicht, die een rustigen gang van het onderwijs zal verzekeren, moet bij schooljaren rekenen, en vei onderstelt als regel één termijn ah begin van het schooljaar voor hel geheele land l). Er is, dunkt mij, geenerlei bezwaar, dit in de Wet voor te schrijven; het begin van Mei zou daarvoor — de argumenten laat ik hier kortheidshalve achterwege, — m. i. de meest geschikte datum zijn.

Stel nu, dat een dergelijke termijn vastgesteld wordt, dan kan in de maand Februari overal bij publicatie en met aanplakking van de lijst dier kinderen, welke in het voiige

1) Het zou geen bezwaar hebben, in gemeenten met meer scholen bij wijze van uitzondering aan sommige inrichtingen een begin van den cursus op 1 September toe te staan, — b.v. voor scholen, die bij H. B. S. of Gymnasium aansluiten — maar regel moet zijn één uniforme aanuumingstermijn.

Sluiten