Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De aanhaling is ietwat uitvoerig, maar zij is leerzaam, aangezien zij terloops even het vaak herhaalde beroep op Pruisen tot zwijgen kan brengen, waar het, gelijk het dan heet, met 60 ii 70 kinderen in eene klasse toch ook goed gaat, en omdat zij ongeveer formuleert, wat te onzent waarschijnlijk mede aan den dag zou komen, wanneer eens eene enquête naar den toestand van ons lager onderwijs werd ingesteld. Alleen moet erkend worden, dat hier de groote steden in den regel niet zoo nalatig geweest zijn, ofschoon zij toch aan de grens van hun kunnen geraken, juist omdat de kleine gemeenten zoo sterk te kort komen, en liefst zoowel hunne leerlingen als hunne onderwijzers de groote gemeenten op liet dak schuiven. En even goed als voor Pruisen geldt te onzent de conclusie: „Vor allem wird es nötig sein, die Volksschule auf leiitungsfahigere Schultem zu stellen x). Ook hier kan men bijna overal waarnemen, dat „alle Leistungen fiir die Scliule erzwungen werden müssen". Uit dat oogpunt, beschouwd, is „de helft der onderwijs-kosten voor het Kijk", inderdaad een matige eiscli 1).

vergelijking tusschen Je allerslechtste toestanden in Frankrijk en in Pruisen:

In Frankrijk waren in 1890:

8.7 % klassen van 51—60 leerlingen

2.8 % „ „ 61—70

1 % „ „ 71—80

0.6 % „ „ 81 en meer „

In Pruisen zaten in 1890 van de 4,066,476 leerlingen der volksschool: 26.6 % in éénkl. scli. v. 81—100 ofinmeerkl.sch. in klassen v. 71—90 1. 6.6 °/0 „ „ „ „ 101 150 „ ,, „ „ ,, „ ,, 91—120 „ 0.6%,, „ „ „ 151enmepr„ „ „ „ „ „ „121enmeer„ 1) In Frankrijk betaalt het Rijk de volle grondsommen van alle jaarwedden, zoowel voor de Inspecteurs als voor de onderwijzers. Het departement voegt daaraan de „indcmnité dc stjour" (de schadeloosstelling wegens hoogeren levensstandaard in de steden) voor de Inspecteurs, en de gemeenten die voor de onderwijzers toe. De laatste zorgen ook voor de gebouwen en de leermiddelen.

Sluiten