is toegevoegd aan uw favorieten.

Verspreide opstellen van C. H. den Hertog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijen, die zich tegen overheidszorg op onderwijsgebied het krachtigst hebben verzet, in 1880 die oppositie opgaven, door zich bereid te verklaren, de scholen harer voorkeur tot vervulling der overheidstaak te doen medewerken. En het is geen wonder, dat deze partijen tot dien stap moesten komen. Hoe hoog men het ouderrecht ook stellen mag, de geschiedenis van alle beschaafde naties heeft geleerd, dat als de schoolopvoeding der kinderen aan de zorg der ouders zelf wordt overgelaten, de zaak misloopt. Bij de groote meerderheid der ouders eischen de directe zorgen tot instandhouding van het gezin reeds zooveel inspanning, dat zij onmachtig zijn om ook in de behoefte aan goed onderwijs voor hunne kinderen te voorzien. En zoo wordt dan het onderwijs voor deze meerderheid afhankelijk van de liefdadigheid, d.w.z. van de minderheid der goed willigen en offervaardigen, van wie nu eenmaal is gebleken, dat zij tegen die zware taak niet opgewassen is.

Maar dit materiëele bezwaar is het eenige niet. Kan men, vraag ik, beweren, dat de welgestelde ouders in staat zijn gebleken, om voor de schoolopvoeding hunner kinderen op voldoende wijze te doen zorgen? Mij dunkt, de feiten geven daarop een ontkennend antwoord. Wat toch heeft de ervaring geleerd ? In de steden ontwikkelden zich voor deze categorie van ouders eene soort van scholen „voor eigen rekening", gelijk het spraakgebruik luidt, terwijl voor de welgestelden op liet platteland het kostschoolwezen opbloeide. Maar nu, we weten het allen, dit vrije onderwijsbedrijf heeft het, op gelukkige uitzonderingen na, op den duur niet kunnen volhouden. De kostscholen hebben het afgelegd tegenover de hoogere burgerscholen en de vrije scholen voor lager onderwijs toonen alleen dan levensvatbaarheid, als haar bestuurders de middelen bezitten, om zich, wat