Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wie die bronnen gelieft te raadplegen, zal, als hij eerlijk wil zijn, moeten erkennen, dat hieruit geen redenen tot onrust te putten zijn. De onderwijzers der openbare lagere scholen worden van jongs af opgevoed in het groote gebod: „Gij zult bij uw schoolwerk geen ergernis geven", en zij zijn in den regel eerder geneigd, dat voorschrift uit te breiden, dan liet in te beperkten zin op te vatten. Laat men ook niet vergeten, dat de ethiek der lagere school, gelijk in elk ander opzicht, slechts het A.B.O. dezer wetenschap betreft, en daar heeft men slechts met waarheden te doen, die zoo goed als absoluut zijn.

Kr zijn bovendien in den laatsten tijd ook enkele stemmen opgegaan, om den wensch uit te spreken, dat de openbare school op de eene of andere, in het duister gelaten wijze aan <!e godsdienstige vorming der jeugd ten goede mocht komen. Ook over dit punt wensch ik niet uit te weiden, maar er toch even op te wijzen, dat indien aan die vorming iets ontbreekt, de klachten aan het verkeerde adres gericht zijn. Ons onderwijsstelsel berust op het beginsel, dat in een land als het onze de overheid het religieuze deel der opvoeding geheel aan de Kerk of de Kerken moet overlaten. Van dit beginsel kan zij niet afwijken, zonder partij te kiezen. Op dit gebied toch beginnen de verschilpunten reeds op den allerlaagsten trap. Wat echter de wetgever doen kon, is geschied. Aan de onderwijzers is strenge eerbiediging van fle godsdienstige overtuigingen van andersdenkenden voorgeschreven, en de schoolgebouwen staan voor de kerken en genootschappen open, ja, in het leerplan moeten opzettelijk uren opengehouden worden, waarover voor het godsdienstonderwijs beschikt kan worden. Het is moeilijk na te gaan, in hoever van deze gelegenheid in het algemeen gebruik wordt gemaakt. Maar indien dit te wenschen overlaat, dan

u

Sluiten