Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de kinderen zelf daaraan iets vinden, zonder dat de onderwijzer het hun aanwijst, en daartoe moet de gevoeligheid voor indrukken worden wakker gemaakt. Wat toch zijn de bevoorrechte geesten? Zij, tot wie de dingen direct spreken, bij wie de poorten steeds open staan voor de impulsies der wereld om hen heen, de vinders, die altijd ver vooruit zijn aan hen, die alles steeds van hooren zeggen moeten hebben.

Ten onrechte zegt men wel eens, dat die gevoeligheid van den geest een aangeboren gave is. Dit is eigenlijk in vele gevallen een dooddoener. Er zijn onnaspeurlijke invloeden, maar wanneer men ijverig nagaat, hoe de geest tot ontwikkeling komt, dan vindt men ook de opzettelijke invloeden, die gelijksoortige heilzame gevolgen kunnen hebben. Als men deze inzichten deelt, dan komt men van zelf tot eene veelzijdige opvatting van dat onderricht door en over dingen, zoo als op bladz. 4 van liet rapport is aangegeven.

1°. De kinderen moeten hunne oogen en ooren leeren gebruiken, nu en clan ter controle ook hun' tastzin, hoogst zelden slechts hun' reuk of smaak. Het moet de toeleg van den onderwijzer zijn, de kinderen dikwijls te verrassen door hen aan gewone voorwerpen het een of ander te doen opmerken, waarvan zij gevoelen moeten, dat zij het dikwijls over het hoofd hebben gezien.

2°. Zij behooren rekenschap te kunnen geven van de wijze, waarop zij te weten gekomen zijn, wat zij van de dingen weten, boe zij b. v. weten, dat iets van hout of van metaal enz., of krom, recht, hard, zacht, ruw, broos, doorzichtig, enz. is.

3°. Zij moeten er aan gewennen over het waargenomene na te denken, te combineeren en nu en dan ook naar een waarom of waardoor te zoeken, b.v. waarom men sommige handvatsels ooren zou genoemd hebben; welke overeenkomst en verschil er is tusschen de pooten van een' stoel en die van een dier, welk voorbeeld de natuur geeft, dat groen van buiten en rood van binnen — als bij een' emmer of gieter — mooi is; waarom de halve deksel van den gieter half is, vast zit, en zich aan den kant van de tuit bevindt; waar het gieten eene nabootsing van is, enz,

Sluiten