Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben van de plaats, die zij tegenover al wat buiten hen is, innemen? Hoe brengen wij in die hersens andere denkbeelden dan aan bloot stoffelijke behoeften te voldoen en geld te verdienen? Hoe onttrekken wij hen aan bekrompen zelfzucht, en doen wij hen belangstellen in anderen?

De natuurkennis leert den kinderen om zich heen te zien en vertrouwd te worden met natuurvoorwerpen en natuurverschijnselen, zoodat het geschapene voor hen eene bron kan worden van nut en genoegen.

De aardrijkskunde verruimt den blik, doet de naaste omgeving beter begrijpen en leert de verbeelding zich ook daarbuiten te bewegen.

De geschiedenis brengt hen in contact met het verledene en leert de verhouding van het tegenwoordige tot het verledene beter kennen.

Wat het onderwijs in natuurkennis betreft, het valt niet te ontkennen, dat daarbij vooruitgang is op te merken. De tijden zijn voorbij, dat men zes jaar in dat vak onderwijs kon ontvangen hebben, zonder ooit eene proef te hebben bijgewoond. Toch zijn wij nog niet, waar wij wezen moeten, en ontbreekt nog bij te veel onderwijzers de overtuiging, dat zonder aanschouwing dit onderwijs maar larifari is.

Ook hij de aardrijkskunde valt vooruitgang op te merken, en toch bestaat op vele scholen dat onderwijs nog slechts in het van buiten leeren van namen, in het aanwijzen van lijnen en stippen, zoodat de kinderen maar al te vaak de voortreffelijke leesboekjes over aardrijkskunde, die wij bezitten, niet verstaan en er geen behagen in scheppen. Gaat het ons zelf echter niet evenzoo? De beschrijving van eene streek, die wij gezien hebben, kunnen wij met genot lezen, maar de aandacht verflauwt, zoodra het gelezene ons onbekende streken betreft.

Sluiten