Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vijfde stelling luidt:

„In zake de schoolwandelingen ga men van de bespie„gelingen lot met ambitie genomen proeven over, en wake „men tegen misbruiken, vooraf door behoorlijke voorbereiding „der uitstapjes en daarna door degelijke verwerking der „opgezamelde leerstof

Daar de schoolwandelingen in het vorige jaar reeds breedvoerig zijn besproken, kan ik omtrent dit onderwerp kort zijn. In geen enkele afdeeling hebben de schoolwandelingen ernstige bestrijding gevonden. Als zoodanig kan toch niet de apodictische uitspraak gelden: „Alle onderwijs moet in de school gegeven worden" of „schoolwandelingen beliooren niet tot de taak der lagere school." De school heeft zicli te voegen naar de zich wijzigende behoeften, en die behoefte blijkt uit velerlei mededeelingen, die overal, en vaak daar waar het volstrekt niet verwacht werd, verbazende tekorten constateeren in de kennis der kinderen van hunne naaste omgeving. Wel zijn er, die zulks tegenspreken, maar dat komt meest, omdat ze te veel gewoon zijn op de vraag, tot de geheele klasse gericht: „Hebt ge dit of dat wel gezien?" het antwoord van enkelen te laten gelden voor antwoord van de geheele klasse. Reeds zijn enkele proeven genomen, en daaruit kan men de verwachting afleiden, dat men in de schoolwandelingen heeft gevonden een nieuw, verfrisschend clement voor de school.

De wandelingen moeten behoorlijk voorbereid worden, opdat de leerlingen vooraf weten, waarnaar zij te zien hebben. Men loopt anders licht gevaar, dat het er mee gaat als met die te Brussel, waar het uitliep op spelen in het nabijgelegen Bois de Cambre. Veel goeds mag er verwacht worden, wanneer de onderwijzers elkander op de

Sluiten