Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den tegenwoordigen stand der leermiddelen — gene meer dan deze toelaat van aanschouwing uit te gaan, en ten tweede, omdat bij de aardrijkskunde een veel grooter aantal feiten moet gekend worden, eer het mogelijk is, eenigszins juiste gevolgtrekking te maken. In dit laatste geval eerst is de leerling in staat na te gaan, waarom en waardoor de gevolgen van een zelfde oorzaak op aarde zoo dikwijls verschillen, terwijl bij natuurkennis door den beknopten vorm, waartoe ieder natuurverschijnsel herleid wordt, en door het weglaten van alle bijkomende omstandigheden, die wijziging kunnen te weeg brengen, het inzicht in het verband tussclien oorzaak en gevolg zoo gemakkelijk mogelijk wordt gemaakt. In hoever nu de veelsoortigheid dier betrekkingen den voorrang zou wettigen, dien sommigen voor natuurkunde eischen ten opzichte van het rekenen met zijn meer eenvormige betrekkingen, kan ik voor mijn tegenwoordig doel buiten bespreking laten. Maar zeker is het, dat wie onderzoeken moet naar vaardigheid in denken, en daarbij genoodzaakt is te kiezen tusschen kennis der natuur en aardrijkskunde, zich ten voordeele der eerste moet uitspreken. Zoo werd dan ook bij het onlangs gehouden examen voor de Amsterdainsclie kweekschool voor onderwijzers bij de candidaten voor het eerste studiejaar geen onderzoek ingesteld naar de vorderingen in geschied- en aardrijkskunde, maar wel naar bekendheid met eenige voorname natuurverschijnselen. Evenwel, hoezeer ik die keuze bij beperkten tijd rationeel acht, zou ik haar toch niet als regel willen aanbevelen; 't meest wenschelijk is liet, dat alle hoofdvakken zooveel doenlijk tot hun recht komen.

Tot nog toe redeneerde ik voornamelijk uit het oogpunt van het belang der middelbare school zelf. Laat ik er ten

Sluiten