Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

slotte nog even op mogen wijzen, hoe dat belang ook samenvalt met dat der lagere school, waarvoor ik toch eigenlijk in de eerste plaats wilde pleiten. Van het betoog, dat het onderwijs in natuurkennis om zijn formeel en materieel nut, benevens om zijn geschiktheid tot consequente toepassing van het beginsel der aanschouwelijkheid, bij uitnemendheid in de lagere school op zijn plaats is, mag ik mij zeker wel ontslagen rekenen. Is het dan niet te bejammeren, dat het toelatings-examen der middelbare inrichtingen, in plaats van de zorg voor dit deel der leerstof aan te moedigen, onwillekeurig voor vele aansluitende lagere scholen ten gevolge heeft, dat het — ik heb er voorbeelden van gezien — slechts po ar acquit de conscience op den rooster van werkzaamheden voorkomt? Zijn er inderdaad bezwaren, die ik over liet hoofd zie, dan hoop ik er opmerkzaam op gemaakt te worden. Eén tegenwerping voorzie ik reeds: „er zijn zooveel scholen, waar het onderwijs in natuurkennis bij gebrek aan de noodige hulpmiddelen of andere omstandigheden nog zoo bitter weinig beduidt." Welnu, indien het toegeven aan den hier geuiten wenseh een stoot gaf tot een ernstiger opvatting van dat vak en tot opruiming van al wat daartoe in den weg staat, weinig onderwijzers zouden zeker een dergelijken heilzamen invloed van den eenen tak van onderwijs op den anderen misbillijken.

Sluiten