Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Natuurlijk beweer ik geenszins, dat het onderwijs in

geschiedenis in deze dingen zou mogen opgaan, ook al heeft de schrijver, waar hij het nu en dan zich vertoonend egoïstisch streven der machtige koopstad moest aanroeren, zich zoo vrij weten te houden van partijdigheid, dat zijn oordeel over enkele zaken, o. a. over de houding der beide stadhouders Willem II en Willem III en de stappen tot het sluiten van een handelstraetaat met de opgestane NoordAmerikaausche Staten ra. i. wel wat al te ongunstig voor Amsterdam is uitgevallen. Maar ik twijfel niet, of mijn mede-onderwijzers zullen niet nalaten van deze schetsen partij te trekken, ten einde om deze vaste punten te groepeeren, wat nu eenmaal op dit gebied niet onder rechtstreeksche aanschouwing te brengen is.

Wat de aanmerkingen betreft, waarvoor de schrijver zich aanbevolen houdt, daartoe zou ik moeten zoeken. De twee eerste hoofdstukken zijn wel wat druk en zouden bij omwerking een behagelijker indruk kunnen maken. Ook komt het, waar de schrijver terecht dikwijls den historischen praesens gebruikt, nog al eens uit, dat het gebruik van toen ter inleiding van afhankelijke zinnen, in dien tijd minder op zijn plaats is. Overigens heeft de heer H. zooveel zorg aan den vorm besteed, dat het geen wonder is, dat zijn hoek zich uiterst aangenaam laat lezen. Wie dus voor zijn leerlingen van de aanschaffing als schoolboek niet die voordeelen kan wachten, die de jeugd in en om Amsterdam er van trekken kan, zal zich echter niet beklagen, als hij het voor de schoolbibliotheek aanschaft. Daarin behoort liet zeker overal thuis en zal het stellig onder de nummers behooren, waarnaar steeds drukke vraag is.

Sluiten