is toegevoegd aan uw favorieten.

Verspreide opstellen van C. H. den Hertog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

metselaar 6 steenen, hoeveel minuten heeft hij noodig oui 859 steenen te verwerken? — heb ik, zoowel toen ik du verdeelings-, als toen ik de verhoudingsdivisie tot uitgangspunt nam, steeds de grootste zwarigheden ontmoet bij die toepassing der deeling, die buiten het eens gegeven begrip viel. Herleiding van beide gevallen tot ééne vraag is een kunstgreep, waartoe de leerlingen nooit uit zich zei ven zullen overgaan; ik acht het daarom met den heer Brouwer niet geraden, hen dien omweg te laten inslaan. Uit te gaan van het begrip verdeelen en dan helder te maken, dat de geleerde bewerking ter beantwoording van beide vragen dienen kan, gelijk de heer Brouwer wil, is mij steeds even moeilijk gevallen. Om mijn bezwaar te doen uitkomen, kies ik de oplossing, die de heer Brouwer van genoemde

vragen geven zou.

1°. Ieder metselaar verwerkt het 6e deel der steenen , ik moet das 859 steenen door 6 deelen.

2°. Zoo dikwijls 6 steenen in 859 begrepen zijn, zooveel maal heeft hij een minuut noodig; ik moet dus 859 steenen door 6 deelen.

In beide gevallen acht de heer Brouwer het gecuvsiveeide

dus gerechtvaardigd.

Mij komt het voor, dat van zijn standpunt zulks alleen in de le oplossing het geval is. De leerlingen denken, dooi de wijze waarop hun de 4e hoofdregel onderwezen is, steeds bij bet woord deelen aan een scheiden in verschillende groepen. Daarom is dc uitdrukking: „859 steenen dooi 6 steenen deelenvoor hen een conventioneele term, die geenerlei voorstelling opwekt en kan dus m. i. de conclusie der 2e oplossing niet gerechtvaardigd zijn. Hoogstens zullen de leerlingen zich dan herinneren, dat ze eveneens handelen moeten, alsof ze het Ge deel van 859 steenen moesten