Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nemen, volgen dun bij voorkeur onmiddellijk zulke, waarbij liet noodig is, het ?«le deel van het verkregen getal te zoeken, of het getal n daarvan zoo dikwijls mogelijk af te nemen. De noodzakelijkheid der consequente toepassing is mij het meest gebleken bij die leerlingen, die bij de plaatsing, de kennis der 4 hoofdregelen met geheele getallen reeds bezaten, 't Was dan gewoonlijk den moriaan gewasschen, hun het onderscheid en de tweeërlei toepassing van 't deelen helder te maken.

Dan acht ik het aanbevelenswaardig in de eerste schooljaren zoo min mogelijk van de bestaande terminologie der cijferkunst gebruik te maken. Mogen de woorden optellen en aftrekken een vrij juist begrip opwekken, vermenigvuldigen en deelen blijven meestal doode termen. Vooral als ze ontaarden in: twee getallen met elkander vermenigvuldigen of of in elkander deelen. Daarom niet: ik ga 30 kersen met 6 vermenigvuldigen, of door G deelen, of wat erger is door ü kersen deelen, maar liever: ik moet 30 kersen 6 maal nemen, of er 't 6e deel van zoeken, of ik moet 6 kersen, zoo dikwijls mogelijk er van afnemen. Ik meen niet te overdrijven, als ik beweer, dat bij de laatste uitdrukkingswijze veel grooter kans bestaat dan bij de eerste terminologie, dat woorden en begrippen zullen blijven samengaan.

In de laatste plaats wil ik nog opmerken, dat een concentrische leergang als middel om overhaasting te verhoeden en tegelijk eentonigheid te weren, mij onder 't schrijven steeds voor den geest heeft gestaan. Is die leergang tot het geven van juiste voorstellingen in het algemeen wenschelijk, meer bijzonder acht ik haar eene noodzakelijke voorwaarde oin de moeilijkheden bij den 4n hoofdregel to overwinnen. Het nemen van te groote schreden en het warrelen met groote hoeveelheden is immers vooral in dit geval eene belemmering voor het ontstaan van heldere begrippen ?

Sluiten