Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ben, wat noodwendig de andere vakken van onderwijs ten goede moet komen.

Was de bovenvermelde arbeid van den heer Versluys mij alzoo welkom, nog om een andere reden heb ik er met genoegen kennis mede gemaakt. De groote kunst, die ieder onderwijzer der lagere school moet trachten zich eigen te maken, is de leerstof in een vorm te gieten, die voor jeugdige leerlingen geschikt is. Nu is 't gevaar niet gering, dat daarbij wel eens de hand gelicht wordt; de praktijk verleidt ons gemakkelijk het met het een en ander zoo nauw niet te nemen Daarom is 't noodig haar steeds aan de strenge theorie te toetsen en bij iedere moeilijkheid zich nog eens goed te bedenken, of het wel onvermijdelijk is, er maar overheen te glippen. Van den heer Versluys mocht verwacht worden, dat hij de zwarigheden wel flink onder de oogcn zou zien en in zijn' leergang eer te streng dan oppervlakkig zijn zou. In die verwachting heb ik mij niet bedrogen, zoo zelfs, dat ik, hoewel volkomen eenstemmig met den schrijver, dat grondigheid van 't eerste onderwijs boven uitgebreidheid gaat, toch hier en daar, blijkens de straks volgende opmerkingen, wel iets zal moeten afdingen. Maar niettemin moet ik die strengheid prijselijk achten, omdat ik maar al te zeer overtuigd ben, hoe gevaarlijk het bij alle onderwijs is, hier en daar een schakel over te slaan, omdat men op schijnbaar onoverkomelijke bezwaren stuit.

't Zal evenwel niemand, den schrijver zelf niet, verwonderen, dat ik — vooral op zulk een uitgebreid veld als het rekenonderwijs der lagere school in zijn geheelen omvang — in sommige punten met hem verschil; ik ben het maar al te dikwijls met mijzelf nog niet eens. Toch is dat verschil slechts van dien aard, dat het mij niet weerhouden heeft de handleiding met de rekenboekjes in te voeren. Ik stel

Sluiten