Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet rekenen der lagere school en de wetenschappelijke rekenkunde van het gymnasium, de hoogere burgerschool of de kweekschool voor onderwijzers." Alzoo bij de eerste zien, bij de tweede meer redeneeren de grond der overtuiging. In verband hiermede staat ook de juiste opmerking in het geschiedkundig overzicht, waarmede het werk besluit, dat evenals van den onderwijzer kennis der wetenschappelijke rekenkunde geëischt wordt, daar hij „om op vasten bodem te staan, het logisch verband tusschen de verschillende rekenkundige eigenschappen helder moet inzien," men evenzeer bij hein op kennis van vlakke meetkunde en stereometrie moet aandringen. x)

Wat nu de uitvoering van dit denkbeeld betreft, heeft de heer V. met veel zorg een schifting gehouden van hetgeen al of niet langs aanschouwelijken weg bij de leerlingen tot helderheid kan gebracht worden; de redeneeringen, waardoor de schrijver herhaaldelijk rekenschap geeft van zijn keus tusschen verschillende onderwerpen, zullen vooral voor aanstaande onderwijzers een nuttige aanwijzing zijn, welke overwegingen hen in een dergelijk geval moeten leiden. Slechts een paar zaken komen mij voor, den toets der praktijk

1) Tusschen de verzending dezer aankondiging en de correctie der proef ligt het bekend worden van het nieuwe wetsontwerp op het L. O. Veel van het bovenstaande maakt nu op mij zelf'een tamelijk wonderlijken indruk. Toch mag ik niet toegeven aan den lust om over het vonnis, dat de vormleer boven 't hoofd hangt, uit te wijden. Alleen dit. Zal daarmede, — als 't zoover komt — ook uitgesproken zijn, dat het onderwerp der meetkunde in 't geheel niet tot het gebied der volksschool behoort? En waar het ontwerp al weder van het ellendige beginsel uitgaat, „dat het examen niet meer zal omvatten, dan hetgeen wordt vereischt (?) om de vakken a—g te kunnen ouderwijzen," en niet dat de onderwijzers beschaafde mcnachen moeten zijn, (zie de eisehen van het eindes. M. O.) zal nu ook tevens de wetenschappelijke beoefening der meetkunde voor goed onder de voor onderwijzers overtollige zaken gaan behooren?

Sluiten