is toegevoegd aan uw favorieten.

Verspreide opstellen van C. H. den Hertog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die mogelijkheid eenigszins vroeger; — na de behandeling der getallen 1—100 — maar ik meen, dat de praktijk zich daartegen verzetten zal. Wil men op dien trap iets doen, dan zal men zich wel tot kubus, zuil- en schoolvertrek dienen te bepalen, benevens tot eenige concrete vooroefening en tot de inhoudsberekening van den rechthoek. Men kan vragen: „hoeveel ruitjes van 1 dM2 kan men op een lei van gegeven afmetingen trekken, hoeveel steenen in een gang leggen, hoeveel ruiten inzetten in een raam, enz., doch verder zal men al niet kunnen gaan. Verder zullen dan de hierboven in de eerste plaats genoemde onderwerpen — tot en met de eigenschappen van den cirkel — in het 4e jaar, de dan volgende vier met weglating der symmetrische figuren voor den inhoud der vierzijdige zuil, in het 5e, en de overige onderwerpen in het laatste schooljaar een met den beschikbaren tijd overeenkomende hoeveelheid gepaste leerstof opleveren. Ik hoop, dat niemand iets apodictisch in deze opmerking zal zien; eerst een op de praktijk van velen gegronde aanwijzing der meest wenschelijke splitsing zou later de waarde der handleiding kunnen verhoogen.

Met het oog op het tweede hierboven vermelde bezwaar der tegenstanders, verdient deze handleiding evenzeer den lof, dat de praktische waarde der vormleer voor 't leven duidelijk in 't licht komt. Behalve vele verspreide aanwijzingen, b.v. „De breedte van een rivier te meten, zonder dat men er overgaat." — „Een rechte lijn te meten, die over een vijver of door een bosch loopt." — „Het bepalen der hoogte van een berg," — enz., munten in dit opzicht vooral uit de hoofdstukken: „Meten op het land" en „Over den omtrek van vlakke figuren en den inhoud van lichamen bij gelijke inhouden ; — ieder, die met het boek wil kennis maken, zal wel doen die bladzijden in de eerste plaats op te slaan.