is toegevoegd aan uw favorieten.

Verspreide opstellen van C. H. den Hertog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan vooreerst gelegenheid geweest om beter te doen uitkomen, dat de Nederlandsche schoolmannen ook op dit terrein de verdienste hebben gehad van de ideeën hunner Duitsclie vakbroeders gewoonlijk wat practischer uit te werken, dan deze het zelf doen en gedaan hebben. En verder zouden de hoofdmomenten in den vooruitgang van het leesonderwijs dan ook wat duidelijker in het oog zijn gevallen. Nu zijn ze er, meen ik, voor iemand, die bet onderwerp niet meester is, niet zoo gemakkelijk in te onderscheiden.

De geheele vooruitgang in het eerste leesonderwijs beweegt zich toch om deze twee punten: lo. het bedenken van associatiemiddelen om het licht onthouden der letternamen en later van de letterklanken te bevorderen en 2o. het vergemakkelijken van de verbinding der geleerde klanken en klankelementen tot nieuwe woorden. En otn wel te doen beseffen, welke groote stappen hier gedaan zijn, meen ik, dat elke geschiedenis van deze materie behoort aan te vangen met een herdenking van de kwellende vorderingen, die onder de primitieve spelmethode aan het geheugen der leerlingen gesteld werden. Eerst het eindeloos aanzien en herhalen van een lange reeks doode letters, tot zij die rin en buiten de rij" onmiddellijk wisten te herkennen, en dan liet moeitevol gehaspel om deze letternamen tot woorden te fabrieken en door de macht van gewoonte en herinnering achter het geheim te komen, dat bé-oo-ce-ka boek en es-có-lia-uu-ie-té schuit beteekende. Treffend werd die kinderramp dan ook in 1735 reeds door een anonymus, vermoedelijk den op bl. 11 bij den heer L. genoemden Ventzky, bezongen:

„Mein Leser denke doch, wie lehrt und lernt man lesen!

Wenn man hocli lesen will, spricht man ha o ce lia.

Denn kommt das Wort hernach, wenns erst confus

Man tönet zweymal La, und ist bier doch kein a.