Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voldoende zijn, waar de gestelde eischen het bewijs leveren van voldoende bekendheid met de meest gebruikelijke leerwijzen, in de lagere school gevolgd en de teleurstellende uitkomsten niet dikwijls toe te schrijven zijn aan zekere souvereine minachting voor de wijze, waarop do candidaatleerlingen hunne kennis verkregen hebben.

Eene andere grief, die ik tegen sommige dezer klagers heb, is dat zij de slordigheden van leerlingen uit een vierde studiejaar aanvoeren als een bewijs, hoe treurig de resultaten van het taalonderwijs der lagere school zijn. Hier wordt de verantwoordelijkheid dezer laatste wel wat ver getrokken. Als het binnen hare muren voorkomt, dat leerlingen, die in hunne tweede of derde leerjaar vloeiend lazen en netjes schreven, in de hoogere klassen in beide opzichten echte knoeiers worden, zou het onzinnig zijn dien teruggang aan gebreken van het eerste lees- en schrijfonderwijs te wijten. En zoo bestaat ook de mogelijkheid, dat leerlingen, die, als zij tot gymnasium of hoogere burgerschool toegelaten worden, vrij zuiver schrijven, binnen een paar jaar zich allerlei slordigheden eigen maken. Het onzuiver schrijven toch is in den regel minder een gevolg van onwetendheid, dan van vluchtigheid, gejaagdheid, beweeglijkheid, ongeduld, gebrek aan belangstelling, gemis aan volharding en dergelijke karakterfouten meer. Het aandringen op orde en netheid, het gewennen aan een rustig tempo van werken en strenge correctie van alle schriftelijk werk zijn daartegen de eenig afdoende middelen. En een paar al te toegevende of gemakzuchtige leeraars of onderwijzers kunnen in dit opzicht in korten tijd het werk van verscheidene anderen te niet doen.

Zoo zou ik kunnen voortgaan met op meer zwakke punten in de aanvallen der ontevredenen te wijzen. Ik zal dat

Sluiten