Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dwang het pleizier in de lessen niet wegneemt. Zoo wordt de taalkunde niet een leer van wat mag en wat niet mag, maar een wetenschap van de dingen, die men bij het spreken en schrijven, maar vooral bij het schrijven in acht neemt, zoowel om het zich zelf als om het anderen gemakkelijk te maken. Juist om dit gedaan te krijgen, dat een leerling, als hij wat te schrijven heeft, aan geen nietswaardige vormquaesties blijft haken, oefent hij zich in het verkrijgen van een zekere vormvastheid en men bewijst hem geen dienst, als men hem alleen voorhoudt: „wij leven in een vrij land en alles mag". Men moet er bijvoegen: „maar niet alles is verstandig en goed, en dan moet men het daarom laten."

De afkeer van taal regel maat, waarvan de heer v. d. B. de jongste openbaring is, is niet nieuw. Zij keert periodiek terug als de mazelen en een dozijn jaren geleden heeft de heer Taco H. de Beer een gehjksoortigen kruistocht gehouden, als die nu weer in gang gaat. Dat is van tijd tot tijd wel eens nuttig. Het inboezemen van liefde voor orde en regel wordt zoo licht hatelijk decreteeren. En op ieder gebied heeft het in de laatste jaren gerommeld en gestormd van uitbarstingen en verzet tegen verfoeiden regeldwang. De jonge litteratoren hebben de grammatica en de syntaxis en de woordvorming in een hoek geschopt. Jonge schilders hebben getoornd tegen den dwang der academie. En bij veel zots en leelijks is eveneens veel goeds en moois daaruit voortgekomen; er is dwang, die doodt. „O zuiverheid", zingt Van Eeden in zijn jongsten zang '):

„O zuiverheid, o weergalooze macht

van orde en maat, — o vastheid der relatie,

gewogen als fijn goud, wel omgebracht

1) Het lied van schijn en weten.

Sluiten