is toegevoegd aan uw favorieten.

Verspreide opstellen van C. H. den Hertog

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

II.

In de afl. van Taal en Letteren, die Woensdag jl. verscheen, is de lezing van den Heer v. d. B. in haar geheel afgedrukt en ik maak onzen verslaggever mijn compliment over de nauwkeurige wijze, waarop hij de voordracht geresumeerd heeft. De vraag is echter bij mij opgekomen, of het wel de moeite waard is, aan deze lezing verder nog eenige aandacht te schenken. Zelden toch heb ik iemand met grooter naïeveteit zijn eigen schepen zien verbranden, dan de heer v. d. B. hier doet. Hij geeft nl. een naschrift, waarin hij eene soort van verontschuldiging maakt voor de onvolkomenheden van zijn geschrijf: het ontstond drievierendeels jaars geleden, „in haast, toen de schr. geen tijd had en het toch moest"; „het arrangement van een en ander" vindt hij nu zelf niet goed; hij heeft met intentie zijn lezers op „bijpaden" geleid, — in de hoop, dat ze den grooten weg zelf mochten vinden, — maar als hij nu weer gaat lezen, dan gaat hij „dieper in zijn onderwerp" en — het beste komt het lest: „het stuk is bestemd om gehoord, niet om gelezen te worden 1)."

Hieruit kan men dus leeren, dat wanneer iets bestemd is om gelezen te worden, er wat meer zorg voor noodig is dan wanneer het alleen moet worden aangehoord; dat men voorts niet in haast moet schrijven als het iets van belang geldt, en eindelijk dat men, de pen in de hand, zijn woorden maar niet moet laten wegloopen, doch behoorlijk zijn stof indeelen en arrangeeren moet. En de schrijftaal behoorde volkomen congruent te zijn aan de spreektaal!!

De heer v. d. B. moet intusschen deze capriolen zijner binnenwereld maar met zich zelf klaar spelen. Voor anderen

1) Ik cursiveer.