Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men doet de leerlingen tot de verrassende ontdekking komen, dat zij meer van een onderwerp wisten, dan zij zelt wel dachten. Men brengt hun verbeelding wat op weg. Men wekt een zekere stemming. Men kweekt door aanmoediging en waardeering en welwillende critiek vertrouwen in eigen kracht. Zoo heeft men zijn voldoeningen en zijn teleurstellingen. En in den regel heeft men het besei, dat men de eerste minder verdiend heeft dan de laatste, maar .... het houdt er den moed toch een beetje in.

De heer v. d. B. doet eenige bekentenissen, waarom het hem onmogelijk is te doen als anderen. Hij heeft geen vinding. Hij kan geen opstel maken over den Oudejaarsavond, want „die is niet meer in hein". Is dat nu heusch waar? Dan is het inderdaad om met hem te doen te hebben. Maar ik kan het niet gelooven. Kan hij niet beschrijven, hoe zoo'n avond gewoonlijk gevierd wordt? Kan hij er niet meer in komen, dat vele menschen dan naar de kerk gaan en gaarne eens willen optellen het goed en het kwaad, dat het verdwenen jaar gebracht heeft; dat ze behoefte hebben om samen te zijn met familieleden of goede vrienden, en het gevoel van dankbaarheid versterken door oliebollen of oesters, al naar dat bruintje trekken kan? 't Hoeft heusch geen essay van Hasebroek of Koetsveld te zijn. Waar zou men al de schoolmeesters, die er in ons klein landje al noodig zijn, vandaan halen, als men zulke hooge eischen ging stellen!

Maar dan is er nog iets, dat mijn nieuwsgierigheid gaande maakt. De heer v. d. B. is een groot voorstander van goed leesonderwijs, op hooger trap overgaand in een aesthetisch oefenend litterair onderricht. Hoe zou hij dat dan aanleggen ? Om goed en mooi te lezen, moet men in de stemming van den auteur kunnen komen. Zou de heer v. d. B. dan alleen kunnen lezen, wat correspondeert met zijn eigen

Sluiten