Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hebben het samenstel van maatregelen, bestemd om onder een groep kinderen of jonge menschen dien toestand te handhaven, welke tot het bereiken van het doel van het onderwijs noodig is. Diensvolgens zullen zij er zich op toegelegd hebben om door betoog en voorbeelden aan te toonen, dat het ideaal van goed onderwijs zoodanig onderwijs is, dat door zijn aantrekkelijke qualiteiten zooveel mogelijk de kinderziel in beslag neemt, dat er steeds op uit is, rekening te houden met de twee groote drijfveeren, die liet kinderleven beheerschen: weetgierigheid en zucht om bezig te zijn, en dat alzoo eene soort van verschalking wordt van de jeugdige loszinnigheid en speelzucht, die de noodzakelijkheid van krachtsinspanning en zelfbeheersching voornamelijk van hooren zeggen kent. Waar het onderwijs dit karakter krijgt, ontstaat onbevolen tucht en krimpt de behoefte aan buiten het onderwijs gelegen middelen hoe langer hoe meer in.

Deze opvatting van het onderwerp biedt gelegenheid genoeg aan om bewijzen te geven van zelfbewuste schoolervaring, en wij stellen ons voor, dat de meeste sollicitanten, onder den drang om snel te beslissen, die een kortstondig examen uitoefent, zich tot die opvatting bepaald hebben. De vraag blijft echter, of daarmede aan het begrip tuclit recht is gedaan, en of die opvatting op de hoogte staat van de tegenwoordige paedagogisclie wetenschap en haar idealen.

Wij oordeelen van niet. Tucht, die niet meer dan discipline is, heeft maar een voorloopig, een tijdelijk karakter en is bestemd om op te gaan in het onderwijs zelf, zoodra dit pakkend begint te worden. Zij behoort thuis in de opvatting, dat scholen hoofdzakelijk lcerinrichtingen zijn, waar de kennis aangebracht wordt van vele nuttige en enkele aangename zaken, maar eveneens van vele dingen, die nu eenmaal tot de onderwijsstof beliooren, doch waarvan men zich niet de

Sluiten