Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grondgedachte is uitgewerkt, maar toch daarnaast de vraag stellen, welke Nederlandsche onderwijzer durft ontkennen, dat dit alles geen pure bespiegeling is en elk spoor van door ervaring verkregen kinderkennis hier ontbreekt? Inderdaad, vraag op vraag stapelt zich op, als men zich in dit systeem indenkt. Zijn werkelijk zesjarige kleinen zulke phantasten, dat alleen sprookjes passend voedsel voor hen opleveren? Of zijn het niet eer kleine apen, wier imitatie-talent ten onrechte voor „verbeelding" wordt aangezien? Begint al in liet tweede jaar de zwerflust, die Robinson de wijde wereld indreef? Ontwikkelt zich pas in het derde het respect voor vader en moeder en de verdere parentage? En is de overmoed, die het ontwakend gevoel van kracht begeleidt, inderdaad aan het vierde leerjaar gebonden? Openbaren zich dan eerst parmantigheid of brutaliteit tegenover moeder of het kindermeisje, tegenover vader of den meester, of — indien de overmoed groot is — tegenover den veldwachter of den diender? En komt lieusch eerst in het leerjaar van de gewone breuken de eerbied voor aardsche autoriteiten: den burgemeester, den schoolopziener, leden van den gemeenteraad of van de schoolcommissie voor den dag? Ik staak hier mijne vragen en sluit met deze laatste: Kan men anders dan schertsend over deze voorstelling van den kinderlijken ontwikkelingsgang spreken?

De critiek, die het ethische principe van Ziller in Duitschland zelf uitlokte, zou alleen een paar artikelen kunnen vullen. Ik bepaal mij daarom tot een paar afdoende oordeelvellingen :

>,t>ie acht Kulturhistorische Stufen si ml den Bildungsstufen der Kinder eiuer aclitklassigen Sehule durcliaus nicht adequat. Die Entwickluug des Mensehen beginnt nicht mit dem 6en und schiiesst nicht ïnit dem Uen Jahre. {Dr. Schütze )Valdenburg').

Den V ersucli, den Uuterrielit au den sogenunnten Gcsiniiungsstoffen zn

Sluiten