Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ziller's gronddenkbeeld doorziet, kan zich voorstellen, hoe de groote man zich in zijn graf zou omkeeren, als hij van deze kapriolen kennis droeg!

III.

In het vorige artikel heb ik getracht te doen uitkomen, hoe de hoofdgrond der Zilleriaansche concentratie gelegen is in eene voorstelling van den kinderlijken ontwikkelingsgang, waarvan men gerust mag zeggen, dat zij eenvoudig verzonnen is. De stelling, dat de ontvvikkelingstrappen bij een kind overeenkomstig zijn aan de ontvvikkelingstrappen der menschheid, is eene parallel van denzelfden aard, als die, dat de mensch een mikrokosmos is. Er „zit iets in", maar niet genoeg om er zijn paedagogiscb handelen naar in te richten.

Voor- en tegenstanders hebben er dan ook genoeg op aan te merken gehad. Streng-Bijbelsche paedagogen hebben niet ten onrechte gevraagd : waarom dan niet het mooie scheppingsverhaal in plaats van al die sprookjes met hun heidenschen oorsprong? En waarom op den tweeden trap niet liever Lamech en zijne zonen: Jabal, den eersten veefokker, en Jubal, den vader der „vedelspelers en pijpers", en Tubal-Kaïn, den meester in allerlei koper- en ijzerwerk, in plaats van Eobinson, die niet de dingen uit te vinden, maar alleen na te maken had. Voorts heeft Dittes op afdoende wijze de keus van Robinson voor kinderen van 7 jaar gewraakt, op den voor de hand liggenden grond, dat zij nog alle gegevens missen om deze voor oudere kinderen zoo boeiende geschiedenis te volgen. Zelfs Dr. Rein, c. s. hebben in hunne „Scliuljahre" zich niet ontzien den tijd der Richteren en der Koningen in het vierde jaar samen te trekken, ten

einde het Leven van Jezus van het zesde naar het vijfde

21

Sluiten