Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en sterk zijn. Zaad van zieke en slecht groeiende exemplaren geeft slechts teleurstelling. Het is daarom af te raden om zaailingen van een of andere variëteit of zwak groeiende soort op te kweeken, en, zoo ze niet aan de verwachtingen beantwoorden, voor onderstammen te gebruiken, iets waar men overigens gemakkelijk toe zou overgaan. Denken wij maar aan zaailingen van de verschillende Chamaecyparis soorten en variëteiten, de zwakste bezwijken, terwijl de blijvende niet te vergelijken zijn met zaailingen van de typische soort.

De rijpheid der zaden loopt van Mei tot in den winter. Midden Mei zijn de zaden van Populus en Ulmus rijp. In Juni rijpen die van Salix, Ribes, Daphne, Paeonia arborea, Spiraea laevigcita enz. Van Juli af komen er elke week nieuwe bij tot in den winter. Een weinig vorst is voor het openen der zaadbekleedsels van enkele soorten bevorderlijk, bijv. van Rhododendron, A/nus, Weigelia, Deutzia en meer andere.

Enkele zaden moeten vöèr de rijpheid geoogst worden, bijv. als de vruchtjes, waarin het zaad opgesloten zit, door vogels worden weggepikt, wat vooral veel bij besvruchten voorkomt. Zoo pikken lijsters en spreeuwen de zaden van Lijsterbes, Prunus, en Cerasus soorten op, terwijl de muizen jacht maken op zaden van Cotoneaster, Crataegus e. a. De genoemde zaden, zoowel als die van Rozen, Berberis en vele andere besvruchten, zijn rijp, als de vrucht de karakteristieke roode, blauwe of zwarte kleur heeft aangenomen, zonder dat ze afvallen. Het is goed deze vruchten te plukken en het zaad, nadat het gezuiverd is, te zaaien; de ontkieming is dan veel zekerder. Hierdoor is het vaak mogelijk, dat zaden, die anders eerst het tweede jaar na de zaaiing ontkiemen, reeds het volgende voorjaar opkomen. Zoo bijv. zaad van Rozen, sommige Crataegus en Berberis soorten. Indien men dit einde September direct na het oogsten zaait, kan men er vrij zeker van zijn, dat het zaad 't volgende voorjaar ontkiemt.

Het zuiveren der zaden van hunne bekleedsels is noodig. Dient het zaad voor eigen gebruik dan behoeft het niet volkomen zuiver te zijn, nochthans kan te veel onzuiverheid schimmel veroorzaken, waardoor mislukking ontstaat.

De kegels van enkele coniferen openen zich eerst bij een temperatuur van 25° tot 30° C., hetzij door zonnewarmte of kunstmatige verwarming, en geven het zaad af. De kegels der Abiessoorten vallen, als ze rijp zijn, uiteen, d. w. z. de as laat de schubben los. Van de kegels van den Cedrus, wordt de as uitgeboord om het zaad vrij te krijgen, ze rijpen eerst in het derde jaar aan den boom, terwijl Abies, Pinus enkele eiksoorten en klimop eerst in den tweeden zomer op de plant rijp worden.

Besvruchten met weinig vleesch, waarin slechts één of twee zaad-

1*

Sluiten