Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uitdroging later moeilijk opkomen. Al naar den tijd van rijpheid zaait men van September tot November, liever vroeger dan later. Alle zaden, die in het najaar gezaaid in het voorjaar pas opkomen en plantjes leveren, welke tegen nachtvorsten bestand zijn, mogen in den herfst gezaaid worden, mits de grond niet te nat is. Men heeft dan meestal meer tijd en de zaden geraken in een toestand, dat ze gemakkelijker ontkiemen. Is men bang, dat het zaad door muizen wordt aangevreten, dan kan men het, alvorens te zaaien, met roode menie in water rood kleuren, de muizen blijven er dan af.

Zaad van kostbare planten, vooral kleine hoeveelheden, die men aan de wisselvalligheden van het weder niet wil overlaten, zaait men in ondiepe kistjes van gelijke grootte. Kistjes van 30 bij 40 cM., met een diepte van 9 cM., de dikte van het hout U/2 cM. zijn geschikt. Men plaatst deze kistjes bovenop eikander, in een kuil, waar men niet voor grondwater heeft te vreezen. Daar men ieder jaar denzelfden kuil kan gebruiken, is het aan te bevelen de wanden door planken voor instorten te beveiligen. Men kan 10 a 15 der bovengenoemde kistjes boven elkander plaatsen en het dus gemakkelijk zóó inrichten, dat eenige honderdtallen kistjes geplaatst kunnen worden, die zonder veel moeite erin gezet en in het voorjaar eruit genomen kunnen worden.

Op de kistjes plaatst men de etiquetten. Zijn de kistjes juist op elkander geplaatst, dan kunnen bij het zaad geen muizen komen en de gelijkmatige warmte, die in den kuil heerscht maakt dat het zaad de meest gewenschte ontkiemingsperiode doorleeft. Natuurlijk wordt bij strenge vorst de kuil met het noodige materiaal afgedekt. De kuil kan ook dienen voor de zaden die gestratificeerd worden.

Vroeg in het voorjaar worden de kistjes uit de bewaarplaats gehaald en in bakken gezet, die men voor dat doel uit eenige planken heeft samengesteld, en die met ramen worden gedekt. De zaden zijn meestal dan reeds ontkiemd en de plantjes komen spoedig te voorschijn; ze worden langzamerhand gehard en tegen nachtvorsten beschut, waarna ze later buiten worden uitgeplant. Deze methode is voor dure zaden zeer aan te bevelen en ook voor het fijnste zaad geschikt.

Gelijkmatige vochtigheid en afwezigheid van vorst oefent op de ontkieming der zaden een gunstigen invloed uit. In 't bijzonder op zaad van Clematis, Magnolia, Berberis, Acer, Cotoneaster, Amorpha, Amelanchier, Juniperus.

In den herfst kunnen vele houtachtige gewassen door zaaiing worden vermenigvuldigd, vooral komen in aanmerking: Pinas Cembra, Taxus, Aesculus, Fagus, Prunus, Quercus, Cornus, Staphylea, Hippophaë, Ampelopsis, Betula, Ligustrum, Juglans, Fraxinus,

Sluiten