Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ulmus, Tilia, Rhamnus enz. De vroegrijpe soorten zaait men het eerst. Salix- en ook wel Populus-soorlen zaait men niet zelden in den voorzomer, direct na het rijpen van het zaad, men krijgt dan in denzelfden zomer nog aardige plantjes.

De voorjaarszaaitijd. In het voorjaar zaait men, hetgeen in den herfst niet geschikt gezaaid kan worden. Men onderscheidt nog een vroege en een late periode.

Voor de vroege periode, die al naar het weder is, in Maart of April aanvangt, komen in aanmerking die zaden, welke langzaam kiemen; maar in den herfst niet gezaaid konden worden, omdat het zaad gemakkelijk rot of nog niet te verkrijgen was. Het zaaien kan zoowel buiten als binnen geschieden. Hiervoor komen in aanmerking: Alnus, Catalpa, Cletra, Koelreuteria, Platanus, enz.

In de late periode worden al die soorten gezaaid, welke snel ontkiemen, en waarvan de plantjes niet bestand zijn tegen nachtvorsten. Deze periode begint van midden tot eind April of later, als het uitzaaien buiten geschiedt.

In aanmerking komen vooral: Abies, Picea, Pinus, Ceanothus, Tamarix, Weigelia, Spiraea, Syringa, Cytisus, Colutea, Robinia, Coronilla, Caragana enz. De 5 laatste kiemen snel in 8 12 dagen en moeten niet vóór begin Mei worden gezaaid.

Het stratificeeren. Het geval doet zich meermalen voor, dat zaden, die snel het kiemvermogen verliezen, of in den herfst moesten uitgezaaid worden, niet op tijd in den grond konden worden gebracht. Deze zaden moeten worden gestratificeerd, opdat ze niet te lang droog liggen. Al naar de hoeveelheid neemt men hiervoor potten, kistjes, tonnen of manden. Op den bodem wordt eene laag vochtig zand gelegd, hierop komt eene laag zaad, dan weder eene laag zand enz.; meer dan 4 a 5 lagen van zaad zal men niet nemen. De gevulde, van etiquetten voorziene, potten, kistjes enz. worden in eene vorstvrije ruimte geplaatst, bijv. in den kuil, hierboven vermeld. In het voorjaar ledigt men de potten of kistjes, roert liet zaad met het zand dooreen en zaait alles op de bestemde zaadbedden.

Hardschalige zaden, bijv. van meidoorn en roos, die anders eerst in het tweede jaar opkomen, legt men op dezelfde wijze laagsgewijze in den grond.

Van de wijze van uitzaaien der zaden van houtgewassen valt niets bijzonders te zeggen.

Of men het zaad buiten of in kistjes of ander materiaal zal uitzaaien, hangt af van de hoeveelheid en de waarde van het zaad. Weinig en fijn zaad zal men niet aan de wisselvalligheden, verbonden aan het zaaien in den vollen grond, wagen.

Aristolochia, Paulownia, Liquidambar, Virgilia, Cedrela, Hibiscus

Sluiten