Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

e. a. verlangen om te ontkiemen een weinig bodemwarmte. Deze zaait men daarom in April in den warmen bak. Men laat de planten tot aan den herfst hierin. De ramen neemt men later van de bakken om ze alleen bij aanhoudend regenachtig weder er weer op te leggen.

Het zaad van fijne coniferen en andere fijne gewassen zaait men in den kouden bak, 0111 zekerder te zijn van het ontkiemen en om ze bij regenachtig weer te kunnen beschermen. Planten, die heidegrond of veenaarde verlangen zaait men in zulken grond, zooals Rhododendron, Azalea, Ka lm ia, Erica, Andromcda e. a. De hiervoor gebruikte aarde mag niet te oud zijn, daar zich anders licht mossen vormen; verder moet het zaadbed in de schaduw liggen en vochtig zijn. Vooral bij het gebruik van bakken met ramen, moet trouw gelucht, geschermd en gegoten worden, als de jonge plantjes pas opkomen, enkele minuten feilen zonneschijn zijn voldoende om de geheele cultuur te doen mislukken.

Voor het aanleggen van de zaadbakken moet men beschikken over een goed bewerkten, humusrijken grond, waar geen onkruid in voorkomt. Heeft men dezen grond niet dan doet men beter niet te zaaien en de jonge planten te betrekken van plaatsen, waar de omstandigheden gunstiger zijn.

Eene kleine hoeveelheid breedwerpig uitgestrooid zaad wordt met eene laag van genoegzame dikte en daarvoor gereed gehouden grond bedekt. Liggen verschillende bedden naast elkander en zaait men groote hoeveelheden, dan kan men het zaad van het eerste bed bedekken met de bovenste laag aarde van het tweede bed enz.

De gelijk opwassende soorten komen naast elkander. De zaaibedden kunnen verscheidene jaren achtereen gebruikt worden, als men jaarlijks maar zorgt voor bemesting met goeden kompost of verganen mest.

Het zaad moet vast aangeslagen worden. De jonge planten moeten niet te vaak en te sterk begoten worden, dit veroorzaakt bij coniferen het omvallen der jonge plantjes.

Zeer goed is het de zaaibedden, vooral van coniferen, ook nog wanneer de plantjes reeds te voorschijn zijn gekomen, voortdurend licht te beschaduwen. Door het aanbrengen van een hekwerk, waarop men reeds gebruikte dennentakken legt, 80 cM. boven het zaaibed, bereikt men het best zijn doel. Einde Augustus wordt dit materiaal weggenomen. Niet zelden moet men de bedden ook beschermen tegen vogels, die in het voorjaar enorme verwoestingen kunnen aanrichten.

Echtheid van het zaad. Bekend is, dat het zaad van variëteiten meestal een gewas geeft, dat tot den stamvorm terugkeert, of althans een gewas levert, dat niet overeenkomt met de variëteit, waarvan

Sluiten