Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren geen getuigen, die hem beluisteren konden. Dus waren de voorzorgsmaatregelen ook niet noodig.

Een aantal nonnen biechten gewoonlijk op denzelfden dag, doch slechts één tegelijk gaat naar binnen. De anderen wachten, buiten de deur geknield, en zeiden de daarbij de daarbij gebruigelijke gebeden op, die nog al veel tijd wegnemen. Als de een had afgebeden, stond zij op, trad binnen, sloot de deur, en — niemand waagde het, ook maar aan de kruk van de deur te raken, voor dat zij weer buiten kwam.

Ik mag r.iet verhalen wat daar, bij de belijdenis en vergiffenis van zonden, gebeurde Somtijds werden er veel grooter zonden bedreven dan vergeven. Ik mag hier niet duidelijker spreken. Ik zou de jeugdige en kuische gemoedwen kwetsen. Ik kan slechts dit zeggen, dat men geen zoo groote verdenking op de priesters kan werpen, of hun zonden overtreffen die nog.

Hoe wij den biechtvader beschouwden, kan daaruit blijken, dat een ieder van ons als om strijd, de laitste wilde wezen, die binnenging.

Gedurende de lange en vervelende dagen, die tusschen zulke gebeurtenissen verliepen, werd niets gedaan, om ons verstandelijk of geestelijk leven op te wekken. Wij werden lichamelijk, door den zitten den arbeid, en geestelijk, door de gedachte aan onzen ellendigen hopeloozen toestand gedrukt. Slechts de invallen der waanzinnige Johanna Ray vermochten het onze somberheid voor een oogenblik te verdrijven.

Ik kan al hare grappen niet verhalen. Ik was een van hare uitverkorenen. Ik heb haar dus meer en beter waargenomen dan anderen. Zonder mij aan tijdsorde te houden, wil ik het een en ander van haar mededeelen.

Eers besprengde zij de vloer, zonder dat daar aanleiding toe was, zeer ujkelijk met wijwater, wat haar de berisping van de abdis op den hals haalde. De abdis zeide, dat zij een groote zonde beging met alzoo het wijwater te verkwisten; daar hadden vele zielen mee uit het vagevuur geholpen kunnen worden. Zij gebood dat Johanna midden in het vertrek zou plaats nemen en toen de pries:er kwam, werd aan deze haar overtreding bekend gemaakt, maar in plaats van haar nu boste op te leggen, zeide hij: „Ga naar uw plaats Johanna, voor dezen keer vergeef ik het u."

Ik moest eens met Johanna voorschoten strijken. Voorschoten en zakdoeken zijn de eenige kledingstukken, die in het klooster gestreken worden. Zoodra wij alleen waren zeide zij: „Goed, nu wij dit doen, zijn wij niet aan de regels gebonden," en alsof zij terstond gedoelde dat zij voor dit bswere» g*en grond had, begon zij te zingen ; ik viel met haar in, en zoo brachten wij met dezen arbeid onzen tijd door, zond:r aan de gebruikelijke gebeden te denken.

Sluiten