is toegevoegd aan uw favorieten.

Maria Monk, de zwarte non

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij schreef ze werkelijk en gaf haar den priester, die haar aan de abdis overgaf, door welke zij aan ons werd voorgelezen. Johanna beschuldigde zich daarin »an vele zonden, die zij niet had begaan. Blijkbaar had xij het doel, om de biecht belachelijk te maken.

In onze bedsteden lagen de bedden op smalle, overdwars liegende olatken. Toen ik eens met haar in de slaapzaal was, stelde zij mij voor om de planken te verleggen. Wij deden het. Den volgenden nacht tuimelden al de nonnen met haar bedden op den grond. Dat gaf natuurlijk een verschrikkelijke verwarring; maar de daders bleven zoek. Ik had er gewetensknagicg over en zeide haar dat ik het wilde

biechten. ..

„Goed," zeide zij, „doe zoo ge wilt, maar ge zult er spijt van

^Tuen wij eenigen tijd daarna bij de abdis werden toegelaten, wilde ik voor haar knielen en biechten, maar Johanna, zonder mij den tijd te laten om de deur te sluiten, wierp zich aan de voeten der abriis en bekende, dat zij de daderts was. Mij werd dus slechts boete opgelegd, omdat ik het kwaad verzwegen had.

Er was in het klooster een oude non, die geweldig veel te zeggen had en die wij „moedertje" noemden. Op zekeren nacht stond Johanna op en verwisselde de mutsen van sommige nonnen en daaronder ook baar eigene. Den volgenden morgen ontstond diaruit veel verwarring. De nonnen klaagden haar aan bij het moedertje, dat tot haar een lange strafpredikatie hield. Johanna werd daar zoo boos om, dat zij op de oude vrouw aanviel en haar bij de keel greep. Moedertje riep al de aanwezigen ter hulp, die haar dan ook ontzetten. Johanna greep deze gelegenheid aan, om eenigen van haar vijandinnen slagen toe ta brengen. Later zeide zij, dat zij diegenen, die gewoonlijk anderen aanbrachten, wel had willen vermoorden. Op zweien tijd bracht Johanna ons bij het gebed 106 aan het lachen dat de abdis haar verbood otn meer bij het morgengebed tegenwoordig te zijn. Zij maakte zich dien tijd ten nutte om te slapen. Toen dit ontdekt werd, verbood men haar om weder te bed te komen, als zij eenmaal was opgestaan. Nu legde zij zich er onder en hield zoo haar slaapje. Zij verhaalde ons dat, maar bedreigde ons als wij haar verraden mochten. Eindelijk werd zij 's morgens bij het ontbijt gemist, daar zij zich verslapen had. De abdis werd nu strenger. Eiken morgen vroeg zij of Johanna op haar plaats was. Werd die vraag zoo onbepaald gedaan, dan antwoordde niemand, maar noemde zij een non, tot welke zij die vraag richtte, dan moest de gevraagde wel antwoorden.

De abdis droeg het somtijds aan Johanna op om aan de novices de Engelsche gebeden te leeren. Zij onderwierp zich aan dien last met de meeste bereidwilligheid en ernst, maar somtijds zeide zij uit