Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dien ik moeilijk kan beschrijven.

Mijn lichaam verzwakte door de onnatuurlijke positie, die ik, zoolang het gebed duurde, houden moest. Dit alleen, geloof ik, zou geuoecr geweest zijn om mijn gezondheid te ondermijnen en mijn leven te verkorten. Anderhalf uur lang moesten wij iederen morgen met de beenen onder het lijf, het lichaam voorover, de armen op de borst gekruist en het hoofd in de zijde, liggen op den harden grond, een houding die wel den diepsten ootmoed uitdrukt, maar toch ook zeer moeiliik en pijnlijk is. Somtijds was het mij onmogelijk om in deze houding uit den slaap te blij /en. Ik kon er mij zon der vrees van ontdekt te worden, aan overgeven, omdat het lichaam er slechts een weini^ meer door voorover werd gebogen dan ge>voonli)k. Het teeken om op te staan of het gedruisch dat de andere nonnen maakten, als zij opstonden, wekte mij dan en ik stond op als de anderen.

Vóór dat wij deze houding aannamen, moesten wij een langen ttja knielen, het lichaam overeind en de handen over de borst gekruist, hettreen mij dikwijls borstpijnen veroorzaakte, die mij eindelijk, geloof ik, ten grave zouden hebben gesleept. Tegen het einde van het gebed was ik dan altoos zoo uitgeput, dat ik op het punt stond in

onmacht te vallen. . .,

Het zoogenaamde innerlijk gebed vond ik zeer vervelend, viel er dikwijls bij in slaap. Als wij dan het onderwerp van onze overdenkingen moesten opgeveD, had ik soms niets anders te verha en

dan een droom. . ,

Tohanna Ray scheen in haar overdenkingen nog wufter dan ik. Als zij daarover werd bestraft, antwoordde zij: „Ik maak altoos een goed begin, mair een poos daarna moet ik telkens aan een oud.n ".vriend denken en oogenblikkelijk zwerven dan mijn gedachten hier

^Somtijds biechtte ik, dat ik gedurende het innerlijke gebed wasm-; geslapen. Dan las mij de priester de les over de groote zonde hierdoor begaan. Eindelijk raadde hij mij aan dat ik bij zulk een gelegenheid mij met een naald moest steken. Ik weet, dat er waren, die dit

^Od zekeren dag ontvingen wij het bericht, dat een novice, onder ons als non zou worden opgenomen en wij werdwi opgewekt om harèr in onze gebeden te gedenken, opdat zij volkomen haren phc t mocht doen. Wij vernamen overigens niets omtrent haar; geen woor over haren ouderdom, naam of geboorteplaats. Dit was juist bij zulke gelegenheden het geval. De nonnen vernamen omtrent elkander niets dan hetgeen zij in een oogenblik van alleen zijn, aan elkander me edeelden. Ik woonde hare investituur in de kapel wisselbaar met bq, maar het was toch ook voor mij feest, want op dien dag hadden wij allen vrijaf.

Sluiten