Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIENDE HOOFDSTUK.

Het werd ons als een van de gewichtigste plichten voorgesteld om, ten behoeve van den Roomschen godsdienst, op de novices invloed te oefenen ; en verscheidene nonnen werden, op verschillende tijden, gelast om, in dit opzicht veel werk te maken van die novices welke de aodis haar aanwees. Dikwijls hoorde ik de vermanin?, dat men vooral moest inwerken op jonge meisjes uit de Vereenigde Staton, en omtrent sommigen van deee gaf men zich de grootste moeite. Ook werd er altoos veel ophef van gemaakt als een burger uit de Vereenigde Staten tot het Katholicisme overging, vooral als het nog al een persoon was van gewicht. Men verhaalde ons eens het volgende: De bisschop was eens op de strafplaats geweest, waar iemand werd terechtgesteld. Hij bemerkte dat een vreemdeling hem op een eigenaardige wijze aanzag. Hieruit besloot hij dat God, door zijn tusscheckomst, den man bekeeren wilde. Naar huis teruggekeerd schreef hij dien man een brief, waardoor hij hem kort daarop op dezelfde plaats weder ontmoette en hem tot het Katholicisme bekeerde.

Die man was een burger uit de Vereenigde Staten. De bisschop was anders zulk een heilig man niet Als men wist, wat ik weet, zou het publiek hem wel eens met andere oogen aanzien. Ik zag eens dat hij zich gereed maakte om een mis te bedienen, zijn kleeren niet gemakkelijk kon a inkrijgen. Hij barste daarover in drift en toorn los. Een der nonnen m takte de «pmerking: „Nu zal de bisschop de mis hartstochtelijk bedienen." De audere voedde haar toe: „Schaamt gij u niet zoo onettbiedig van onzen heer te spreken ?" En zij ontving daarvoor straf.

. Lte bisschop was ook niet vrij van de zonde, waaraan de priesters zici met betrekking tot de nonnen, schuldig maakten. Ik moest'dikwijls in het vertrek der abdis op een sofa slapen. Op zekeren nacht, toen ik daar nog niet lang gelegen had, om tieu uur, werd aan de bel gelrokken, die boven het bed der ab lis hing. Ik ging zien wat er was en vernam het gewone sissende teeken. Ik beantwoordde het en opende de poort. Het was bisschop Lartique, den tegenwoordigen bisschop van Montrtal. Hij vroeg mij: „Zijt gij novice of non ?" Ik antwoordde: „Non." „Gelei i mij," zeide hij, „naar de kamer der abdis." Ik deed het. Hij ging naar het bed der abdis, trok de gordijnen achter zich dicht en ik legde mij weder neer op de sopha. Den volgenden morgen, met het krieken van den dag, riep mij de abdis en beval mij den bisschop uit te laten, hetgeen ik ook deed.

Sluiten