Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan tafel een deel van haar spijzen, om dit den ongelukkigen te brengen. Somtijds deden we hierin samen. Ein dier gevangenen sprak volkomen goed Engelsch en Fransch. Zij moest een goede opvoeding genoten hebben, want ik kon niet bemerken welke van beide haar moedertaal was. Dikwijls als ik nog meer met haar spreken wilde, vreesde zij voor straf en fluisterde angstig : „Ach ! daar komt iemand aan, ga toch heen." Ik kan over haar uiterlijk niet oordeelen, want in de cellen was het altoos nacht.

Ik was nog niet lang non geweest, toen ik de abdis verzocht te mogen biechten bij „de heilige goede herderin". Dat is de non zoo geheimzinnig en zonder naam, van welke ik gehoord had, toen ik nog novice was. De abdis liet mij eenigen tijd wachten, totdat zij vernomen had, of de „heilige goede herderin" mij kon afwachten.

Na eenige minuten keerde zij terug en zeide, dat ik maar in de kamer der oude nonnen gaan zou. Deze bevatte twaalf bedden, op rijen van driev en drie geschikt voor twee personen, zoolat hier dus plaats was voor vierentwintig oude nonnen ; en zooveel waren er dan ook in het klooster gedurende mijn verblijf aldaar. Naast een deur aan de overzijde stond een gioote glazen kast. Er was geen deur in te ontdekken. Daarin zag ik de goede herderin. Zij had onze kl>osterdracht aan en de sluier afhangende, zoodat ik niets van haar te zien kreeg. Zij stond, aangezien haar glazen huis niet ruim genoeg was om te zitten. Zij be voog zich een weinig en dat was het eenige teeken van leven dat zij gaf, want zij sprak geen woord. Ik viel voor haar op de knieën, beleed mijn zonden en bad om hare hulp en tusschenkomst om van den last tier zonden ontslagen te worden. Zij scheen ^ mij met geduld aan te hoor en, maar sprak niet. Toen ik in ïïiijn biecht steeds verder gi^g, werd ik weemoedig en eindelijk barstte ik in tranen uit. Hst was mij, of mijn hart buitengewoon verlicht en al mijn gebeden verhoord waren. Later bezocht ik die gocr'e non nog menigmaal met hetzelfde oogmerk, maar altoos ook met hetzelfde gevolg, zoodat mijn geloof en mijn vertrouiven op hare tusschenkomst onbegrensd toenam.

Het trok mijn opmerkzaamheid, dat ik later, als ik de kamer moest in orde brengen, altoos de glazen kast leeg vond en nergens een spoor kon vinden, waar de oude non gebleven was, of hoe zij er in kwam. Ik dacht dat. als zij afwezig was, zii een bezoek in den hemel aflegde.

In den loop van den dag kwam somtijds een priester ons onderwijs geven in de zangkunst. Dat beteekende echter niet veel. Ik geloof dan ook, dat het maar was ingesteld om ons wat op te beuren. Wij zongen kerkliederen en psalmen. De waanzinnige Johanna beschouwde de geheele zaak als gekheid en stemde ons, die Engelsch verstonden, dikwijls tot uitgelatenheid. Zij had zulk een krachtige stem, dat men

Sluiten