Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar boven allen uit hoorde. Simtijds zweeg zij, als de anderen zanger. Dan riep de abdis: „Johanna Ray! gij zingt niet." Zij had dan altoos het een of ander voorwendsel, maar bleef onwillig om mee te zingen. En als zij na zulk een vermaning medezong, dan was het, in plaats van een psalm, een Engelsch liedje of wel een gtimproviseerdo parodie, wat nog tienmaal meer tot lachen drong, omdat de abdis en de meeste nonnen, dom en niets verstaande, het voor een psalm of geestelijk lied hielden. Ik weet nog wel, dat zij eer-s met het ernstigste gezicht van de wereld zong:

Was ik getrouwd,

Dan had tk qoud,

Dan hoefde ik niet te werken.

De abdis riep: „Johanna Ray! gij zingt niet goed." „Jawel," antwoordde zij, „dat is het Engelsche :

M0 God, vol van barmhartigheid,

Ontferm u over onze zondaren

Ik kon mij daarbij moeilijk van lachen onthouden.

De avond van Zaterdag bracht velen onzer een onaangenaam werk. Wij ontvingen Zondags het sacrament. Tot voorbereiding daarvoor moesten wij aan de abdis en aan elkander vergiffenis vragen voor de ergernissen, gegeven sedert wij het nachtmaal het laatst gebruikten; waarna wij dan de abdis verlof verzochten om het morgen weer te mogen gebruiken. Dan vroeg zij aan ieder van ons, of wij ook eene zonde onbeleden hadden gelaten en als daarop ontkennend werd geantwoord, kregen wij verlof.

De abdis voerde gedurende mijn verljjjjf in het klooster, een streek uit, die voor de fijn se gehouden weid van alle, welke men van haar kende. Wij waren voortreffelijke rechters in zulk een slag van zaken, want wij hadden nut betrekking tot bedrog een voortreffelijke leermeesteresse.

Wij hadden in het klooster een stuk met de naald bewerkt, dat geschat werd op 10 pond St., maar het had al zoolang ten verkoop gehangen, dat het half versleten en niets meer waard was. Maar wat geb«urt? Daar komt op zekeren da£ een dorps-priester het klooster een bezoek brengen. Toen hij nu alles bezichtigd had en heenging om in het seminarie zijn intrek te nemen (zoo doen de priesters van het land gewoonlijk), ontwierp de abdis het plan om dat stuk bij hem aan den man te brengen. „Komt," zeide zij „wij zenden het den ouden priester en zweren tr op, dat hij het gekocht heeft." Wij allen juichen dit plan toe. Het was immers een vroom bedrog 1 En dat was naar hare leer en voorbeeld geen zonde. Het werk werd den volgenden dag aan den priester gezonden eu om betaling verzocht. Hij kwam

Sluiten