Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar wilde toch gaarne weten, wat er gebeuren éoude en kroop dus in een hoekje, vanwaar hij alles kon bespieden. Satan zond zijn duivels naar verschillende gedeelten van de stad, hun aanbevelende, om toch goed hun best te doen. Na een korte poos keerden zij terug met het bericht, dat zij verscheidene personen tot zonde hadden verleid, waarom zij meenden, dat hun opperhoofd over hen voldaan zou zijn. Dat was echter het geval niet. Maar zie, daar kwam uit het klooster der zwarte nonnen een duivel, die berichtte, dat hij een der zusters tot twijfelen had overgehaald. Dat verheugde den Satan bovenmate. „Ziet," ieide hij tot de overige duivels, „deze heeft alleen meer gedaan dan gij allen."

Trots leer en vermaning, angst en boete, kwamen zulke twijfelingen meermalen in ons op. Dikwijls hechtte ik er aan, maar dan weder geloovende, dat ik er niet goed aan deed, biechtte ik ze en onderwierp mij gewillig aan de daarvoor opgelegde boeten. Ik zeide, dat die twijfelingen in ons opkwamen. Het ging toch mijn zusters als mij: vroeger hadden wij het elkander wel eens beleden, maar sedert den moord op St. Francisca vertrouwde de een den ander niet meer. Eenige nonnen gingen verder dan twijfel; zij boden tegenstand aan regel en boete, maar dan kon men ook kort daarna een angstig geschrei vernemen: zij werden gekastijd.

Sommige lezers zullen misschien aan mijn waarheidsliefde twijfelen, om'iat ik zulke schandelijke en afschuwelijke dingen verhaal. Het zij zoo. Ik rechtvaardig mij riet, maar dit zeg ik toch: gij kent weinig van den toestand, waarin ik verkeerde. Ik had geen godsdienstig onderwijs ontvargen en ik zag geen andere voorbeelden en werd niet terecht gewezen. Ik moest dus het kwaad wel eindelijk goed heeten. Wat ook niet een menigte van bewijzen, voorbeelden en anecdoten hadden die priesters en de abdis bij de hand! en zij droegen ons die voor, niet of zij ze in een boek hadden geleien, maar alsof zij hun ingegeven waren. O! in hun handen is niets veilig! Menigeen zau er anders over denken dan nu, als hij maar twee malen bij hen gebiecht had. Zij zijn er zoo knap in om over het eene heen te glijden en bij het ^andere te blijven staan; het eene te bevestigen en het andere te bewijzen of tegen te spreken, autoiiteiten aan te voeten, van onlangs gebeurde wonderen te verhalen enz., en zoo hebben zij mij geblinddoekt en zullen het er, vrees ik, nog velen doen.

Sluiten